Boekgegevens
Titel: Herinnering aan Petrus de Raadt
Auteur: Kramers, J.H.
Uitgave: Rotterdam: Kramers, 1863
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 674 D 42
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205848
Onderwerp: Pedagogiek: opvoeding binnen opvoedingsinstellingen
Trefwoord: 1800-1900, Pedagogen, Bibliografieën (vorm), Raadt, Petrus de
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Herinnering aan Petrus de Raadt
Vorige scan Volgende scanScanned page
1;>5
Niemand sprak er meer. De kist werd nedergelateii
in de groeve, ieder sloeg nog even een blik in de
diepte eu schaarde zieh weder in de rij, die naar het
sterfhuis toog.
Op Klein-Stadwijk aaugekoïnen, plaatste men zich in
de vertrekken. Daarop verscheen de weduwe, Mevrouw
dk raadt, met eeuigc vrouwelijke familie-leden en vrien-
dinnen, voor de a^iuwezigen, en dankte, bij monde van
den heer beynex, voor de eer, haren geliefden ont-
slapene aangedaan, en voor de deelneming, de hulp en
den bijstand, die zij van zoo velen bij het ziek- en
sterfbed zoo kniehriir en liefderijk had mogen ontvan-
gen (1).
Zoo eindigde eene plegtigheid, die op al de aauwezigen
een diepen indruk naliet. Van de raadt kon het ook
bij zijn graf getuigd Avorden: zijne werken volgen heui
na. Immers, dat een aantal van belangstellenden voor
verre het grootste gedeelte naar A'oorschoten was te
zameu gekomen uit de provinciën Z. en N. Holland,
Zeeland, Utrecht en Gelderland, alleen om een ouden
meester en vriend te begraven, mag eeue zeldzaamheid
genoemd worden. Eu die zeldzaamheid verkreeg eeue
hoogere beteekenis, wanneer men naging uit w elke ver-
schillende bestanddeelen die deelnemende schare was te
zameu gesteld. Het waren mannen van allerlei rigtiu-
gen, van alleflei beroep, van allerlei levenslot. Daar
(1) De woorden van den heer bevnen , aan de raadt zoo dierbaar
aU leerling en later als medearbeider en als vriend, waren weldadig niel
slechts voor de bedroefde wednwe, maar ook voor aiie aanwezigen, want
met eene verheffing, der ware welsprekendheid eigen, plaatste hij zijne
hoorders op het hooge standpnnt, van waar de christen den blik over bet
gnif rigt naar de eeuwigheid.