Boekgegevens
Titel: Herinnering aan Petrus de Raadt
Auteur: Kramers, J.H.
Uitgave: Rotterdam: Kramers, 1863
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 674 D 42
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205848
Onderwerp: Pedagogiek: opvoeding binnen opvoedingsinstellingen
Trefwoord: 1800-1900, Pedagogen, Bibliografieën (vorm), Raadt, Petrus de
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Herinnering aan Petrus de Raadt
Vorige scan Volgende scanScanned page
]U
Na (hn heer krameïis nam de WelEerw. heer sluittr
het woord en weidde uit over de verdiensten van den
ontslapene als lid der Kerk, als burger der maatschappij,
als opvoeder der jeugd, als vriend der zijnen, wat hij
steeds had beoogd en hoe hij het had bereikt. Hij
riep allen op oin zijn levensbeeld getrouw te bewaren
en beval ten slofte den heer kkamers aan de tegen-
woordige leerlingen van Noorthey aan, als den vriend
en leidsman hunner jeugd, die naar zijne gaven en
krachten voor hen zou zijn, wat de afgestorvene voor
de oud-leerlingen was geweest.
j
RAADT trok zich mijner aiin en vormde mij tot zijn opvolger. Hem ben
ik het verschuldigd, dat ik mij een bepaald levensdoel vaststelde, dat ik
mij ernstig voorbereidde tot mijne tegenwoordige gewigtige en een-olie be-
trekking. Hij plaatste mij in een werkkring zoo verheven en zoo moegelijk
tevens, dat ik daartoe geheel onbekwaam zou geweest zijn, indien ni«t zijn
voorbeeld, zijn raad en zijne hulp mij gesteund en gesterkt hadden, op
eene wijze waarvoor ik hem niet genoeg kan danken. Thans is dc raadsman
cn vriend mij ontnomen; doch zijne naauwgezette pligtsbetrachting, zijne
opoffering voor zijne taak, zijne hooge opvatting van zijne roeping kunnen
niet verloren gaan; zijn geest leeft nog in zijne stichting; en hier is het
mij eene behoefte in het gezigt van dit graf en in het plegtig bijzijn van
u allen, te betnigen, dat het mijn vurige wensch is het werk van den heer
DK liAADT voort te zetten, Noorthey te doen blijven eene kweekschool van
mannen, vervuld met echten christenzin, die de wetenschap en de wijsheid
achten als het heerlijkste sieraad van den mensch, en die leven willen ter
cere en ten nutte van het dierbaar vaderland.
Met deze voornemens wil ik de laak van de kaadt trachten te vervullen.
Die taak viel hem soms moeijelijk, toch was zij hem steeds de lust zijns
Icvejis. In Noorthey vereenigde zich al zijn wenschen, al zijn hopen. Hij
beminde het als een vader zijn kind. Hij en zijne waardige echtgcnoote
hebben er hun leven aan gewijd, en toen zij Noorthey aan mij en mijnr
vrouw toevertrouwden, bleef Noorthey nog steeds het middelpunt hunner
gedachten. Zó6 moet ik ook DE RAADT's werk voortzetten. Het waar
achtig belang der mij toevertrouwde jeugd moet mij alles zijn, zoo God
zgnen zegen schenken zal op mijne pogingen.
Zóó wensch ik de nagedachtenis te eeren van onzen leidsman en vader-
lijken vriend ^ die nu rust van zijnen arbeid.
d