Boekgegevens
Titel: Herinnering aan Petrus de Raadt
Auteur: Kramers, J.H.
Uitgave: Rotterdam: Kramers, 1863
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 674 D 42
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205848
Onderwerp: Pedagogiek: opvoeding binnen opvoedingsinstellingen
Trefwoord: 1800-1900, Pedagogen, Bibliografieën (vorm), Raadt, Petrus de
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Herinnering aan Petrus de Raadt
Vorige scan Volgende scanScanned page
Vïin flcii kerkeraad, van de kerkelijke eomniissie en van
liet geineente-bestmii' van liet dorp en eenige belangstel-
lende vrienden en vereerders van den ontslapene. Toen
de lijkbaar voor de geopende groeve was ter neder gezet
en liet doodkleed daarvan opgerold, trad een der oudste
leerlingen, de heer oe jonge van ellemeet, voor en
sprak wat de afgestorvene voor de zijnen was geweest,
wat hij voor hen blijven moest en hoe zij zijne nage-
dachtenis he^ best zouden veveeren. De ontslapen Meester,
beweerde bij, was geweest eene krachtige persoonlijkheid
en had een beslissenden invloed op zijne leerlingen uit-
geoefend. De meesten der aanwezigen hadden hunne
hoogeie vorming aan hem te danken, voor de meesten
daalde daar het stoffelijk overschot van een onvergetelijk
man ten grave. Die man moest worden nagevolgd in
zijn mannelijk streven naar een lofwaardig levensdoel, in
zijn opregt ijveren voor kennis en wetenschaji, in zijn
zoeken naar waarheid, in het ootmoedig en christelijk
liopen en gelooven en bidden van zijn laatsten tijd. Zijne
leerlingen moesten hem blijven eereti en liefhebben ook
na zijn verscheiden, en door lunmen verderen wandel cn
door hun voorbeeld en invloed, levende gedenkteekenen
worden van het werk, door hem hier volbragt.
De heer de .ioxge trad terug in den kring en de lieer
KRA\fERs naderde thans de lijkbaar. Als bestuurder van
Noorthey, als opvolger van den stichter dier oprigting,
s])rak hij (1).
(l) Terwijl wij aan dit graf met diepen weeuioed staan bij hel vergan-
ketijk overblijlsel van onzen leidsman en vriend, zij het mij geoorloofd
nithoofde van de bijzondere betrekking waarin ik tot den overledene stond,
van mijne persoonlijke gevoelens te gowagen.
Nog jong deed ik als onderwijzer mijne intrede in Noorthey. DE