Boekgegevens
Titel: Herinnering aan Petrus de Raadt
Auteur: Kramers, J.H.
Uitgave: Rotterdam: Kramers, 1863
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 674 D 42
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205848
Onderwerp: Pedagogiek: opvoeding binnen opvoedingsinstellingen
Trefwoord: 1800-1900, Pedagogen, Bibliografieën (vorm), Raadt, Petrus de
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Herinnering aan Petrus de Raadt
Vorige scan Volgende scanScanned page
118
niet Ie overtreden, wanneer ik de groote looneelen op
welke de staatkundige welsprekendheid, zoo in London
als in Parijs, voor het oog en tot bewondering van
geheel Enrojxi zich thans als in vollen bloei vertoont,
vergelijk met dat hetwelk onder ons op kleinere schaal
gevestigd is. Ik meen die vergelijking te mogen en te
moeten maken, niet om ulieden tot eene beoordeeling op
te roepen, van welke uw kinderlijke leeftijd u nog ver-
wijderd houden moet; maar om zelf, als uw opvoeder
en onderwijzer, te onderzoeken welke behoeften onder ons
bestaan en welke gebreken ons onderwijs nog aankleeft.
Wij willen dan niet de Franschen navolgen in het schuwen
van de solide studiën der oudheid, wij willen u niet
leeren spreken over zaken die ge niet kent, wij willen
liever aan de Engelschen de kunst afleereu van kinderen
tot welsprekende Parlamentsieden op te leiden, en zulks
ie gretiger, daar wij hun onderwijs op denzelfden grondslag
gevestigd zien, op welken onze voorouders het onze hebben
opgerigt. Bij de Ouden willen wij u ter schole doen gaan.
Van hen zult ge leeren denken, schrijven en spreken.
De staatkundige welsprekendheid is echter niet die
welke de meeste bewondering verdient, hoewel zij het
beste voertuig is om op de menigte te werken, en een
vreesselijk wapen worden kan in de hand des ondeugenden
volksmenners. Zij is niet het hoogste in de kunst,
omdat zij zich niet altijd houdt aan waarheid. Hier
zag men haar koningsmoord en algemeene slagting en
vernieling prediken, daar vindt men haar in slaafsche
dienst aan despotismus en priesterheerschappij. Niet altijd
ook zijn hare middelen zuiver; daar zij vooral op de
driften werkt en zich niet ontziet om min edele harts-
togten aan het koken te brengen.