Boekgegevens
Titel: Herinnering aan Petrus de Raadt
Auteur: Kramers, J.H.
Uitgave: Rotterdam: Kramers, 1863
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 674 D 42
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205848
Onderwerp: Pedagogiek: opvoeding binnen opvoedingsinstellingen
Trefwoord: 1800-1900, Pedagogen, Bibliografieën (vorm), Raadt, Petrus de
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Herinnering aan Petrus de Raadt
Vorige scan Volgende scanScanned page
117
keil liaar in alle gedeelten der inaa(s(:lia|)pij, overal
waar menschen zamenkomen, tot in den eenvondigcn
vriendenkring toe. Hoe verlangen wij naar het gezel-
schap van den man, die behagelijk weet te spreken!
In ons vaderland, iii onze scholen, schijnen wij tc
weinig hiero;) te denken. Wij leeren onze kinderen zaken
kennen, verstandig denken, juiste berekeningen maken,
maar wij leeren hen niet spreken. Dit laatste ligt niet,
zegt men, in ons karakter; en inderdaad wij zijn ge-
neigd het daarvoor te houden, wanneer men ziet hoe
het veelal in de kleine gezelschappen van onze vreed-
zame medeburgers toegaat. Mij nog tamelijk goed de
zondagen herinnerende in de omstreken van Parijs, waar
men \ an de duizende aangezigten, die met hun iitrc dc
vin voor zich zitten, zelden een rustig en stil ziet,
waar allen lagchen en praten, vergelijk ik dikwijls met
die levendige tooneelen de bedaarde tronien, die wij op
onze zondagsche wandelingen om de theetafeltjes vereenigd
zien. De man zit en rookt, de vrouw schenkt de
kopjes in, beide zien naar de voorbijkomende wandelaars
en rijtuigen, beider gelaat is strak en onbewegelijk, en
nan praten wordt niet gedacht. Denkt niet dat ik deze
onze manier van zijn bespotten wil, of wenschen zoude
onzen landaard te zien veranderen, verre van daar;
onze menschen denken en handelen, de Franschen spre-
ken en springen; wij zoeken stilte en afzonderitig lot
onze overpeinzingen, zij denken overluid en gezamentlijk.
Wat is wel het verkicselijkstc, het beste tot bevestiging
van waar volksgeluk ?
Maar toch is er iets dat a:in onze instructie ont-
breekt; iets dat Engelschcn en Franschen boven ons
vooruit hebben. Ik meen de grenzen der bescheidenheid