Boekgegevens
Titel: Herinnering aan Petrus de Raadt
Auteur: Kramers, J.H.
Uitgave: Rotterdam: Kramers, 1863
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 674 D 42
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205848
Onderwerp: Pedagogiek: opvoeding binnen opvoedingsinstellingen
Trefwoord: 1800-1900, Pedagogen, Bibliografieën (vorm), Raadt, Petrus de
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Herinnering aan Petrus de Raadt
Vorige scan Volgende scanScanned page
109
// of een vloed van denkbeelden hem van alle kanten
ff toestroomde, en iedere gedachte van zelf zich kleedde
in hare meest gepaste uitdrukking: met juiste onder-
//scheidingen, scherpe bepalingen, schrandere aanmerkin-
i, gen, en alles door innerlijke warmte en gloed bezield,
u als door hooger drift aangeblazen."
Zoo sprak ouder anderen ook witliaii piït, een
staatsman wiens grondstellingen en denkwijze het tegen-
woordig Engeland tot deszelfs nadeel en schande, ontrouw
wordt; wiens redevoeringen en Parlementaire handelingen
het tegenwoordige geslacht te weinig acht en bestudeert.
Wij, hier op Noorthey, wij kunnen niet alles doen,
wat ik wel zoude wenschen dat gij deedt; aanvangende
met het A, B, van zoo vele talen en wetenschappen;
en jaren moetende ojjoll'eren aan het injjlanten en beves-
tigen van de elementen uwer kundigheden, wij kunnen
aan de laatste periode \an het onderwijs onzer jonge
lieden niet die ontwikkeling geven, welke de schoonste
kroon van hetzelv<^ zoude uitmaken; wij kunnen dat
niet omdat de orde van zaken, de geest des tijds, de
mode, of hoe zal ik het noemen, wil dat jonge lieden
alvorens de voorbereidende studiën geheel voleindigd te
hebben, de school verlaten, en te vroeg (immers is dit
bij de meesten het geval) dc hoogeschool betrekken;
omdat het eene schande wezen zoude op zijn twintigste
jaar student te worden. Doch daar wij u hier niet op
de hoogte plaatsen mogen, van waar de overstap eerst
doelmatig zijn zoude, en Jiiet genoegzaam bekend maken
met latere redenaars en hedendaagsche welsprekendheid,
zoo smart het mij op te merken dat men op de hooge
school zoo weinig werks van deze maakt. Ik mag geene
aanmerkingen maken op den voorgeschreven loop van de