Boekgegevens
Titel: Herinnering aan Petrus de Raadt
Auteur: Kramers, J.H.
Uitgave: Rotterdam: Kramers, 1863
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 674 D 42
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205848
Onderwerp: Pedagogiek: opvoeding binnen opvoedingsinstellingen
Trefwoord: 1800-1900, Pedagogen, Bibliografieën (vorm), Raadt, Petrus de
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Herinnering aan Petrus de Raadt
Vorige scan Volgende scanScanned page
]0S
moed aangroeijen; maar hij berekent zijne krachten, zij
zijn te zwak; alleen schiet hij te kort bij zoo veel
zwarigheden. Doch waarom zoude hij alleen blijven?
Kan hij zich niet in een oogenblik als verveelvoudigen?
Heeft hij niet de gave der mededeeling? Hij sjireekt.
Zij luisteren en wat hij dacht en overwoog, dat denken
en overwegen allen.
Onder de kunsten is die van wel te spreken welligt
de belangrijkste. Zij wordt door allen gehuldigd en ook
de ruwste mensch voelt zich getroften wanneer de wel-
bespraakte mond zich opent. Groot is de magt van
den Redenaar; gi-oot vooral wanneer hij der deugd en
gof^sdienst getrouwe dienaar blijkt te zijn. Als hel
schoone in verbond treedt met het waie, beider ver-
eende magt is onwederstaat!baar.
Schitterend in de kunst is de Improvisatie. Niet be-
doel ik die, welke wij b. v. van durand voor eenige
jaren hoorden, waarvan het aartige hoofdzakelijk bestond
in de ongcmeene en inderdaad verwonderlijke snelheid,
waarmede een vloed van woorden voortgestuwd werd;
dien man ontbrak het aan toereikende studie om eene
aaneengeschakelde redenering en wel te zamenhangende
denkbeelden gegrond op kennis van zaken, vol te
houden. Ik meen die, welke de groote lijkredenaar
van kemper ons in dezen doet kennen.
u Diens redevoeringen, waren gewoonlijk onvoorbedacht.
H Hij sprak, zoo als zijn hoofd, en hart en geheugen,
het hem op- en in en aan de hand gaven. De zaak
n waarover hij handelen moest, van alle zijden door te
n denken, en van derzelver belang zich diej) te door-
„ dringen, zietdaar zijne eenige voorbereiding. En als
// hij dan zijnen mond slechts geopend had, was het als