Boekgegevens
Titel: Herinnering aan Petrus de Raadt
Auteur: Kramers, J.H.
Uitgave: Rotterdam: Kramers, 1863
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 674 D 42
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205848
Onderwerp: Pedagogiek: opvoeding binnen opvoedingsinstellingen
Trefwoord: 1800-1900, Pedagogen, Bibliografieën (vorm), Raadt, Petrus de
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Herinnering aan Petrus de Raadt
Vorige scan Volgende scanScanned page
]n6
lijke maaltijden; en om die te smaken zijn uitgezochte
en fijn toebereide, vreemde en uit alle werelddeelen te
z^men gebragte spijzen niet noodig; onze eenvoudige spij-
zen, smakelijk gemaakt door den honger, zijn waarlijk
toereikend niet alleeti om dezen te stillen, maar zelfs om
onze verhemelten o]) eene niet onaangename wijze t-e
streelen; en wij mogen het er voor houden, dat vele
met keur van sjiijzen overladen tafels, hoogaanzieniijken
gasten minder genot verschatten, dan wij bij onze nede-
rige schotels genieten kunnen.
Ook willen wij dezen onzen nederigen disch niet ver-
smaden , maar integendeel dien be,schouvven als een der
vele voorregten, welke wij boven zoo vele onzer natuur-
genooten vooruit hebben. O! hoe menig braaf mensch
is er die met zijn gezin het schamele brood der armoede
eet, of zelfs dikwijls niet weet van waar de klimmende
eischen der natuur voldoening te ge^en; terwijl wij, in
gelukkige onbekendheid met nood en gebrek, ons ver-
lustigen en verkwikken, ons voeden en versterken met
tevredenheid en blijdschap.
Daarvoor willen wij dan ook, ten allen tijde, Gode
de hulde onzer dankbaarheid o])dragen; eene hulde, die
niet alleen in woorden en steeds wederkeerende gebeden
be-«taan zal, maar die vooral ook zich doe kennen in
onze handelwijze jegens min begunstigde landgenooten.
Doch, lieve vrienden ! al wat mij hier voor den geest
inogt komen als noodig om u oj) het hart gedrukt te
worden , wat koude dit wel anders zijn dan hetgene
wij heden voor acht dagen, bij onze huiselijke gods-
dienstoefening , aan de hand van onzen grootsten kansel-
redenaar , met aandachtigen ernst overwogen hebben.
Laat mij dan nu het tweede gebruik aanwijzen , waar-