Boekgegevens
Titel: Herinnering aan Petrus de Raadt
Auteur: Kramers, J.H.
Uitgave: Rotterdam: Kramers, 1863
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 674 D 42
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205848
Onderwerp: Pedagogiek: opvoeding binnen opvoedingsinstellingen
Trefwoord: 1800-1900, Pedagogen, Bibliografieën (vorm), Raadt, Petrus de
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Herinnering aan Petrus de Raadt
Vorige scan Volgende scanScanned page
105
nu, hoe zeer onvolkomen de staat ook zijn moge, in wel-
ken het zirh voor als nog bevindt, aan het dubbele doel
toewijden, dat met hetzelve beoogd wordt. Sedert lang
gevoelden wij behoefte aan een ruimer lokaal en vooral
na uwe laatste terugkomst hebben wij met reikhalzend
verlangen uitgezien naar het oogenblik dat wij er bezit
van nemen konden. Niet ten onregte. Onze vertrekken
waren bekrompen voor het groote gezin dat zij bevatten
moesten, onbehagelijk zaten wij bij onze maaltijden naauw
tegen elkander aangedrongen, geen plaatsje bleef er over
voor onze anders zoo welkomene vrienden, en wel verre
van ons met eenig genoegen aun den disnh te vereenigeii
of onze vriendelijke gasten met de gulheid, welke tot
de karaktertrekken van Noorthey behooren moet, uit te
noodigen aan denzelven deel te nemen, waren wij genood-
zaakt z(:ker(' bekrompenheid en zal ik het zeggen, men-
schensohnwheid aan den dag te leggen, die inderdaad in
onze harten niet woonde, maar alleen ontsproot uit do
kleinheid onzer woning. Jaren lang op die wijze in
zekeren druk en dwang gebleven zijnde, kunnen wij ons
niet over ons zeiven verwonderen, zoo wij met zekere
overhaasting bezit nemen van het gebouw dat nog slechts
ten halve voltooid is, met eenen ophef, niet geheel vrij
te pleiten van kitiderachtigheid, vrienden in hetzelve
ontvangen, en als met gejuich en trompetgeschal het
toeken der overwinning reeds planten willen op den eerst
beklommen wal, voor dat de vesting zelve zich nog
geheel aan ons overgegeven hebbe.
Tweeledig is het gebruik dat wij van deze zaal hopen
te maken. Vooreerst zal ons iiicr aangeboden worden
wat strekken kan tot vervulling onzer dierlijke behoeften.
Niet te versmaden zijn de genoegens van gemeenschappe-