Boekgegevens
Titel: Herinnering aan Petrus de Raadt
Auteur: Kramers, J.H.
Uitgave: Rotterdam: Kramers, 1863
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 674 D 42
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205848
Onderwerp: Pedagogiek: opvoeding binnen opvoedingsinstellingen
Trefwoord: 1800-1900, Pedagogen, Bibliografieën (vorm), Raadt, Petrus de
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Herinnering aan Petrus de Raadt
Vorige scan Volgende scanScanned page
PI
visage, et voici j'ai vu et toi et tes eiifaits." Zijn thema
was: (Ie weldaden van God overtrellen onze wenschen.
De schildering der reconnaissance, met welke hij debu-
feerde, was voortretfelijk, en het overige der preek
overeenkomstig dit schoone begin. De redevoeringen
van roqvEUEL zijn niet in den trant dien wij gewoon
zijïi. Hij legt niet den tekst tot grondslag der leerrede,
maar kiest een of ander zedekundig onderwerp, werkt
dit uit en vlecht alsdan den tekst als van ter zijde in.
Zoo nam hij hier Jacob slechts als een voorbeeld, en
hij had reeds lang gesproken en was bijna aan het eiïide
van zijn eerste gedeelte gekomen eer hij de woorden
van den tekst aanhaalde.
Xa de kerk ging ik naar D^ i/iNi^E. Het gesprek
viel spoedig op mijne zaak ; hij sloeg de universitaire
wetten na, doch vond geen art. over het nationaliseren
van vreejnde diploma's. — W elhaast kwam coquerei, met
zijne vrouw. — Co'^vehei. is een heftige liberaal, zoowel
als zijn bnjcder dien ik te Parijs heb leeren kennen.
Flij is levendig in in't gesprek, gesticuleert veel, maar
altijd gepast, nimmer te veel; de woorden vloeijen hem
zacht en overvloedig uit den mond , en rijk zijn zijne
schilderingen. Zoo was het verhaal dat hij van den
overtogt der Koningin naar Kngeland deed, zeer boeijend;
hij bewondert deze daad als stout en vol waardigheid.
Ik ben buitengemeen ingenomen met dezen jongen rede-
naar en niet minder in zijne gesprekken als o|) den
i<ansel, is hij een wonder.
Haarlem, 12 Junij. Pkinsen sprak veel over .mei-
woed en met enthiisiasmus. Niei'woed's principium was
het gevoel oj) te wekken; de aesthetische opvoeding was
hem de eerste en voornaamste, en zijne kunst van op