Boekgegevens
Titel: Van eigen bodem
Deel: 4e deeltje
Auteur: Honigh, Cornelis; Vos, G.J.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1895
9e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4713
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205790
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Van eigen bodem
Vorige scan Volgende scanScanned page
97
ktmde leert ons dan eerst, hoe het komt, dat het op deze wijze
jaar en dag goed gegaan is en hoe do dingen den naam gekregen
hebben van zoo »te behooren." Ziüke kijkjes leggen ons ons eigen
werk uit. — Ik vond toen onder anderen eene uitlegging van
eene geheele bakkerij, een antwoord op verschillende vragen,
die men zich onder het bakken aUicht doet.
B. v. Waarom heet zemelenbrood toch zooveel voedzamer
dan ander? — Zouden die harde, bruine zemeltjes werkelijk
zoo krachtig zijn?
Men dient daartoe eerst bepaald te weten, wat eigenlijk het
voedzame gedeelte van het meel is. Met die voedzame stof
kan men kennis maken, door haar even van de rest af te
scheiden. Wanneer men zijn meel goed met water vermengd en
tot deeg gekneed heeft, en daan-an dan een stukje, onder
gedurig toevloeien van versch water, zoolang door eene zeef
wrijft, als het water er nog witgekleurd afloopt, dan zal er
ten laatste op de zeef eene grauwwitte, kleverige stof over-
blijven, die eenigszins op vogellijm gelijkt. Het is deze stof,
die de taaiheid aan het deeg geeft; om hare kleverigheid noemt
men haar kleefstof. Wanneer het melkachtig witte water door
staan helder is geworden, zal men op den bodem van den pot
of schotel, waarin het zich bevindt, een wit poeder zien liggen;
dit is het zetmeel en hieruit wordt de gewone tarwestijfsel be-
reid. Maar de kleefstof, — dat is de voornaamste voedende stof.
Wanneer men de waarde van plantaardig voedsel bepaalt, dan
wordt die berekend naar het gehalte aan kleefstof of eene daar-
mede verwante stof. Letten wij nu even op de zemelen. Wie de
moeite neemt, zidk een vliesje goed te bekijken, zal zien, dat
do buitenzijde veel donkerder is dan de van meel ontdane bin-
nenzijde. Er is dan ook ontdekt, dat het nog uit twee vliesjes
bestaat: een buitenst en een binnenst zaadbekleedsel. Dit laatste
nu is zeer rijk aan kleefstof, veel rijker dan het witte meel
zelf; met de zemelen, die men als afval beschouwde, ging dus
vroeger veel voedsel verloren, vandaar, dat thans zemelenbrood
zidk een goeden naam begint te krijgen. Het is daarmee gegaan als
met de eieren, waarvan men ook eertijds het wit wegwierp en
alleen den dooier gebruikte, ofschoon gebleken is, dat die veel
Van Eigen Bodem. Uit velerlei pen. IV, 9e druk. C 7