Boekgegevens
Titel: Van eigen bodem
Deel: 4e deeltje
Auteur: Honigh, Cornelis; Vos, G.J.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1895
9e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4713
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205790
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Van eigen bodem
Vorige scan Volgende scanScanned page
98
kouclen. geen woord uitbrengen. Toen Frank bijna boven aan de
trap was, zag lüj, hoe zijn vriend op de borstwering van don
omgang stond. De zon deed die gladde wapenrusting schitteren;
de witte vederbos werd door den wind licht bewogen en het
wapenschild hing op zijn rug. Het hoofd fier opgeheven, stond
hij daar als een metalen standbeeld van den edelsten vorm;
toen zette hij de handen in do zijden, en riep luid en vol moed:
■^Hier hebt gij Jan Van Schaffelaar.'" — en sprong van den
toren....
Frank bereikte juist de plaats, waar zijn vriend gestaan had,
toen de witte pluim verdween. Een gil, die wanhoop en ver-
twijfeling verried, ontsnapte liem; reeds had hij den eenen voet
op den rand der borstwering gebracht om zijn vriend te volgen,
toen de ruiters hem grepen. Men lioorde een doffen slag, ver-
mengd met wapengeritsel, op het kerkhof, en de jongeling, die
zijn weldoener verloren had, zou nu achterover in den toren
gevallen zijn, indien de ruiters hem niet hadden vastgehouden.
Tranen liepen langs de ruwe en gebaarde troniën der mannen
van wapenen van Jan Van Schaffelaar, terwijl zij zijn vriend
naar beneden droegen en een verward geschreeuw zich rondom
den toren hooren liet; — zij liadden liun aanvoerder verloren!
J. F. Ol.tjiaxs.
(De Schaapherder. Amsterdam, J. M. E. en G. H. Meijer.)
BROOD.
Hebt gij wel eons brood gebakken? 't Kon wezen; want ik
meen, dat vele mensclien dit in huis doen— ook in de stad. Dan
jnoet ik u toch even vertellen, dat ik onlangs in een scheikundig
boek bladerde, 't Is iets aardigs, die scheikunde! Wij maken zooveel
spijzen klaar, omdat het zoo »behoort", of omdat zij zoo ineen
receptenboek staan; omdat het ons zoo voorgedaan is en wij er
op onze beurt ook alweer zoo aan gewend zijn. Wij zijn op dit
punt gewoon maar blindelings te volgen. Een kijkje in de schei-