Boekgegevens
Titel: Van eigen bodem
Deel: 4e deeltje
Auteur: Honigh, Cornelis; Vos, G.J.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1895
9e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4713
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205790
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Van eigen bodem
Vorige scan Volgende scanScanned page
94
niet naai- Frank, die met de armen over elkander stond, alsof
alle denkvermogen hem verlaten had: »Gij hebt gehooi-d, wat
Perrol ') verlangt, hij vordert niet meer een dienst, die iiw moed
en uwe getrouwheid onwaardig is, maar nog altijd mijn leven..."
»En zidt gij het monster voldoen om ons ..." viel Frank liem
in de rode, en zijne oogen stonden wild in het hoofd, maar A^'an
Schaffelaar liet hem niet uitspreken en vervolgde fier: »Ook gij,
Frank! zijt mij gehoorzaamheid verschuldigd; laat mij spreken.
Ik alleen beschik over uw aller leven, want gij hebt mij trouw
gezworen. — Mannen! hetgeen gij voor mij gedaan hebt, kan
ik nimmer vergelden: ontvangt mijn oprechten dank. Wij zullen
allen den toren verlaten; zet daarom de helmen op en houdt
uwe zwaarden gereed: de Schaft'elaars moeten niet wapenloos
zijn, als zij onder hunne vijanden verschijnen."
»Leve Van schaffelaar!" riepen zij allen; zij raapten de hel-
men op en grepen de schilden aan. 't Was, alsof hunne krachten
herleefden, nu zij den laatsten strijd te gemoet gingen; zelfs
Frank vatte weder hoop. Toen zeide Van Schaffelaar: »Het lot,
dat ons wacht, zal den eene mogelijk niet toelaten te zien,
waar de andere blijft, drukt daarom hier elkander voor het
laatst de hand en zegt elkander een laatst vaarwel!"
Hij zelf noemde elkeii ruiter bij zijn naam, dankte hem nog-
maals, en gaf hem de hand. Toen hij Frank de hand schudde,
welke in de zijne beefde, zeide hij bedaard: »Houd goeden
moed, mijn vriend! de dood is niets! maar..." Hier hield hij
op, want zijne stem werd minder vast, en hij vervolgde snel:
»Frank! gij hadt mij nog iets te zeggen, dezen nacht wildet
R-y • • • •"
»0! nu nog niet!" riep Frank huiverend: »later zal ik het u
zeggen, nii nog niet!"
»Later tlan," zeide Van Schaffelaar droefgeestig glimlachende.
»Het is mij wel; ik zal uw laatsten wil volbrengen, als ik kan.
Denk om hetgeen gij beloofd hebt, indien----Gij zult zorgen
voor Maria, niet waar____?" vroeg hij treurig.
') l'eiTol was (Ie aanvoenler dei- ruiterbende, die Van Scliallelaar
belegi'rde.