Boekgegevens
Titel: Van eigen bodem
Deel: 4e deeltje
Auteur: Honigh, Cornelis; Vos, G.J.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1895
9e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4713
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205790
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Van eigen bodem
Vorige scan Volgende scanScanned page
93
Van vonken, iiit een wolk van smook,
IJlt, door de kolen en den rook.
De moeder met het kind hem tegen.
Zij had geweifeld noch vertraagd;
Zij was de menigt' doorgevlogen.
Toen nog gegist en overwogen
En rondgezocht werd en gevraagd.
Zij was in 't brandend huis verdwenen.
En, voor de vlammen onverschrikt,
Had ze in die liel van vuur geblikt
En rondgegrepen om zich henen.
Ze zocht, ze riep ... En hemel! hoor!
Is dat geen stem? . . . Haar polsen jagen;
De siddrende armen uitgeslagen.
Dringt zij al diep en dieper door.
En, of haar vlam en hitte stuiten.
En of het vuur en vonkeu spat,
Daar heeft ze, o God! haar kind gevat
En vlucht er gUlend mee naar buiten.
!Met open hals en vliegend haar
Zijgt ze uitgeput en machtloos neder . . .
Rondom haar henen dringt de schaar . . .
Als uit een droom ontwaakt ze weder.
En elk wil weten hoe? en waar?
Ze zwijgt, ze kan geen antwoord geven;
Ze wist niet waar, ze wist niet hoe:
God had haar 't kind aan 't hart gedreven . . .
Dat voorrecht kwam een moeder toe.
H. Tollens Cz.
(Gezamenlijke Dichtwerken. Leeuwarden. G. T. N. Snringar.)
ZELFOPOFFERING VAN VAN SCHAFFELAAR.
»Mannen van wapenen!" zeide van Schaffelaar fier, toen hij
hen zag staan, rustende op hunne zwaarden, en hij zag opzettelijk