Boekgegevens
Titel: Van eigen bodem
Deel: 4e deeltje
Auteur: Honigh, Cornelis; Vos, G.J.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1895
9e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4713
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205790
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Van eigen bodem
Vorige scan Volgende scanScanned page
92
Den oudste bij mij, anders geen!
Waar, waar zijn de andren dan gebleven?"
— »Hier!" roept een stem van uit de schaar:
»Ik heb er nog een uitgedragen,
Hoe snel de vlam ons na mocht jagen;
Het kind verkeerde in doodsgevaar."
»Maar dan mijn vijfde . .? Wie mag 't weten?
Ik had er vijf! Heb medelij!"
Zoo kreet de moeder. »God! sta bij!
Is dan mijn vijfde toch vergeten?"
3[en zoekt en roept: »Waar is 't? waar is 't?"
Men luistert, of zich niets laat hooren;
Maar alles zwijgt, geen mensch, die 't wist!
Men gaf de laatste hoop verloren:
Het vijfde was en bleef vermist.
De vader wringt in zelfverwijt,
In radeloozen angst de handen.
Laat alles nu tot asch verbranden!
Hij is mi meer dan alles kwijt.
Een koortskou huivert door zijn aren;
Het vreeslijk denkbeeld stolt zijn bloed:
Het kind in huis en 't huis in gloed!
Het doodszweet druppelt van zijn haren.
En als verwilderd en ontzind,
In woeste wanhoop losgestoven,
Gilt, jammert hij en huilt naar boven:
»0 God! mijn kind! mijn dierbaar kind!"
Een oogenblik . . . hij is besloten!
Hij wil terug, terug in 't huis.
Al moet gezocht in 't gloeiend gruis
En 't leven erbij ingeschoten;
Hij wil terug, hij hoort geen raad;
Hij stoot hen af, die hem omringen;
Hij wil den vuur])oel binnendringen.
Hij vliegt erheen . . . hij komt te laat.
Hij komt te laat, want uit een regen