Boekgegevens
Titel: Van eigen bodem
Deel: 4e deeltje
Auteur: Honigh, Cornelis; Vos, G.J.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1895
9e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4713
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205790
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Van eigen bodem
Vorige scan Volgende scanScanned page
91
't Onwaakt gezin kwam veilig uit,
Het laatste rund werd uitgedreven;
En woester loeit en bruist de vlam
En grijpt en golft langs nok en wanden,
Alsof ze grammer sloeg aan 't branden.
Omdat het kostbaarst haar ontkwam.
Een zee van vonken stuift naar boven,
Een laaie vuurklomp gloeit en blaakt.
Hoe knettert alles, knapt en kraakt!
't Is, of de brand niet uit zal dooven.
Voor alle hout tot aseh verstoven
En alle steen is puin gemaakt.
En met gevouwen handen staat
De nijvre landman 't aan te staren,
Hoe alle vrucht van zooveel jaren,
Van zooveel vlijt in rook vergaat,
't Was zuur verdiend en traag verkregen.
Wat daar zoo eensklaps werd vernield;
Hoeveel hem God ook nog behield,
Hij kan niet danken voor dien zegen.
Hij staat als roerloos en verdoofd
En aan zijn plek als vastgeklonken.
En cijfert na, wat in die vonken
Opnieuw hem telkens wordt ontroofd,
't Is, of hij 't hart zich toe voelt nijpen,
Als hij een rookwolk op ziet gaan
En weer een vlam naar buiten slaan;
Maar, hoe hem 't schouwspel aan moog grijpen.
Toch wil zijn oog er niet vandaan.
Op eens . . . daar stijgt een schrille kreet!
»Zijn al de kinderen 't wel ontkomen?
Ik heb er twee slechts meegenomen:
Spreek, spreek, wie van mijne andren weet!"
— »God!" roept met schrik en huivrend beven
De ontstelde vader: »'k Heb alleen