Boekgegevens
Titel: Van eigen bodem
Deel: 4e deeltje
Auteur: Honigh, Cornelis; Vos, G.J.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1895
9e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4713
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205790
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Van eigen bodem
Vorige scan Volgende scanScanned page
90
De wanden scheuren. Stal en schuur
En huis en keet zijn rook en vuur.
De hooiberg en de lioutinijt blaken.
Een vonk was uit de schouw gespat,
Het rieten dak had vlam gevat;
Xu kronkelt zij langs al de daken.
Eén enkle vonk vernielt de stad.
Yerschrik'lijk is die rosse pracht.
Die lichtstroom, eensklajis aangebroken.
Alsof de dagtoorts ware ontstoken
In "t holste van den zwarten nacht. —
Ontzettend is het vuur van kracht:
Geen grendels weten 't af te sluiten.
Geen dammen zetten 't perk en paal,
Het bijt door hardsteen en metaal.
Het perst door widf en i'Ots naar buiten;
Het sloopt, verslindt, vermaalt tot gruis.
Verteert wat mot en roest ontzagen.
En 't marmren hof en 't leemen huis
Wordt opgeschept en weggedragen.
Helpt, helpt! Al feller blaakt de gloed.
Al banger kreten doen zich hooren!
Er kan nog meerder gaan verloren
Dan enkel huis en have en goed:
Helpt, heljjt! het v(uu- wint voet aan voet!
De hulp snelt toe van allerwegen;
't Gevaar ontgloeit den moed te meer;
De nokken worden opgestegen,
Het brandend dakhout ploft terneer;
De ladders worden toegestoken.
De waterputsen leeggeplast;
Geen staldeur blijft onoi^gebroken,
Geen slagboom op de schaapskooi vast.
Goddank, gered is allen 't leven!
De v\uu'wolf mist zijn besten buit: