Boekgegevens
Titel: Van eigen bodem
Deel: 4e deeltje
Auteur: Honigh, Cornelis; Vos, G.J.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1895
9e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4713
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205790
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Van eigen bodem
Vorige scan Volgende scanScanned page
8!)
in vollen gang. — Omstreeks vier uur gaan de scholen idt. 'De
waterkanten vooral zijn vol van jongens, voor wie het ontrouw
element te allen tijde eene groote aantrekkelijkheid schijnt te
hebben. Allengs keeren de wandelaars huiswaarts en voor eenige
oogenblikken komt de stilte van den etenstijd. — Des avonds
is het de drukte eener groote stad. 't Wordt vroeg stil en
donker in Rotterdam. De lichten der winkels worden uitgedoofd;
omstreeks elf uur kan men gansche straten ledig zien. De
volksbeweging is in enkele punten geconcentreerd '). ifet de
rijtuigen, die de bezoekers'van gezellige bijeenkomsten te huis
brengen, en met de liederen van eene of andere bruidspartij
in de achterbuurten, sterft het gedruisch van den dag weg.
liier en daai' klinkt het geraas eener stoomboot, die des
nachts hare lading lost. In sommige stadswijken krassen violen
en galmen luidruchtige stemmen. De eenzame wakers slenteren
rond bij de opgestapelde goederen op de kade. Een matroos of
zwart geblakerd machinist, wien de breede straat soms bijna
nietjjreed genoeg is, tracht zijn vaartuig te vinden. Rotterdam
is in rust. De nacht breidt zijne vleugelen uit over de woelige
stad. En als de eerste schemering van den morgen aanbreekt,
dan gaat het weer in den grooten rosmolen rond, altijd hetzelfde
en toch altijd nieuw.
J. Ckaaxdi.ik.
(Wandelingen door Nederland. Haarlem, H. D. Tjeenk Willink.)
DE BRAND.
De noodklok bengelde in 't gehucht.
De dorpers, pas in slaap gezonken.
Ontwaakten, schrikkende opgeklonken.
En duizelden van 't wild gerucht,
't Is brand, 't is brandi De sparren kraken.
') Samengetrokken, beperkt.