Boekgegevens
Titel: Van eigen bodem
Deel: 4e deeltje
Auteur: Honigh, Cornelis; Vos, G.J.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1895
9e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4713
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205790
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Van eigen bodem
Vorige scan Volgende scanScanned page
84
Avaardige slimheid aan den dag, niet aUeen doordat hij het vlugste
muisje zoo listig weet te vangen, maar ook door het overleg,
waarmee liij zich rondrolt in een hoop zachte, fijne bladeren
en die, op zijne pennen vastgeprikt, als een volgeladen hooi-
Avagen in zijn hol brengt, om er zich een gemakkelijk leger van
te bereiden. Aangespoord door zekere voorkennis van het weder.
verplaatst het eekhoorntje den ingang van zijn nest van de eene
windstreek naar de andere, de mol boort zelfs door steenachtige
gronden heen en maakt daarenboven gewelven en woningen,
die keurig gebouwd en met mos, gras en droge wortelen zoo
ingericht zijn, als men het waarlijk niet verwachten zou van
een diertje, dat er zoo dom uitziet. De eveneens toebereide holen
der marmotten zijn daarom opmerkelijk, dat deze diertjes den
ingang ervan bij het begin van den winterslaap dikwijls twee
tot drie voet diep met steenen en met aarde toemetselen. Het
kunstigste nest der zoogdieren echter is dat van de dwergmuis,
dat bijzonder sierlijk uit fijne halmen, biezen, boomschors en
bladeren tot een kogel met een kleinen ingang is samengeweven
en, tusschen rietstengels en biezen stevig vastgemaakt, zwevend
blijft hangen. Aardig zijn ook de dammen der bevers, en deze
dieren gaan voor de beste metselaars onder de %iervoetige door,
ofschoon de verhalen, dat zij paleizen met deuren, trappen en
dergelijken zouden bouwen en zich daarbij van hunne breede
staarten als troffels bedienen, tot het rijk der verdichting behooren.
Maar als eigenlijke kunstenaars of, op zijn minst genomen;
als de kunstigste arbeiders uit de dierenwereld komt de eerste
•rang aan de vogels toe. Men heeft zelfs hunne werkzaamheden,
voornamelijk met betrekking tot den bouw der nesten, weten-
schappelijk volgens verschillende handwerken ingedeeld. Bijna
iedere nieuwere geschiedenis der natuur leert ons onder de
vogels metselaars, mijnwerkers, mandenmakers, snijders, we-
vers, viltwerkers en timmerlieden kennen, terwijl nog andere
eene soort van plat of gewelven van mos en kelders in cement
weten te vervaardigen. Wij zullen ons zooveef mogelijk tot de
bekende soorten bepalen en de merkwaardigste onder de vreemde
slechts in het voorbijgaan behandelen.
Het is een warme dag in den voorzomer, en wij bevinden