Boekgegevens
Titel: Van eigen bodem
Deel: 4e deeltje
Auteur: Honigh, Cornelis; Vos, G.J.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1895
9e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4713
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205790
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Van eigen bodem
Vorige scan Volgende scanScanned page
82
En bedrijvigheid en woeling
Alom treffen 't speurend oog.
Amsteldamme gaat ontluiken:
Profetie van schooner dag,
Als zij, trotsche Heerscheresse,
Fier den schepter zwaaien mag!
Laat de Kenmer dreigend naadren,
Roof en moord in zijne vaan.
En de vrucht van jaren zwoegens
Straks in tranen ondergaan,
Amsteldamme zal ontluiken;
Hulp en steun, Avaarop zij bouwt:
Schuts der Heeren, 's Graven gimsten,
Zal ze koopen met haar goud. ')
Handel stort zijn vollen horen
Zeegnend uit; zijn overvloed
Drenkt als 't vocht den gragen bodem.
Kweekt vertrouwen, heren moed.
Amstels naam en roem weerklinken
Aan het Noord- en Oostzeestrand,
Op de Middelandsche waatren
En in 't Moskovitisch land.
Schooner toekomst nog gaat blinken:
Kracht, die nog in windslen lag,
Mannenkracht zal zich ontplooien; —
Zie, reeds gloort de nieuwe dag! -
Maar wat nevel dekt deez' stranden?
Bloedrood bergt de zon het hoofd.
Vrijheid! fiere hemeldochter,
Keunemers verwoestten Amsterdam in het begin der V^e eeuw.
^ Amsterdam kocht bijv. van Graaf Willem IV in 1342 het recht,
dat zij eene vrije stad zou zijn, omler de grafelijkheid van Holland
behoorende, en niet meer deel uitmakende van de Heerlijkheid Amstel,
die de Graaf in leen had van Utrecht. In kreeg de stad van
Maximiliaan het recht om de keizerlijke kroon boven haar wai)en te
plaatsen, nadat zij iiem het vorige .jaar met eene belangrijke som gelds
had geholpen.