Boekgegevens
Titel: Van eigen bodem
Deel: 4e deeltje
Auteur: Honigh, Cornelis; Vos, G.J.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1895
9e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4713
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205790
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Van eigen bodem
Vorige scan Volgende scanScanned page
81
hadden, de laatstgenoemde de trappen van het i-aadhiiis beklom
en den heer Burgemeester te kennen gaf, dat eene buitengewone
omstandigheid hem verplicht had, van zijne marsch-route af te
wijken en nu te Boschdal inkwartiering te houden.
P. F. Bru^IN-GS.
(Twee Sovellen. Dordrecht, Blussé en Van Braam.)
AMSTERDAM'S STICHTING EN OPKOMST.
Tusschen weeke, drasse gronden.
Door geen dijk of dam gestoord.
Stuwt, eentonig, klaaglijk niischend.
De Amstelstroom zijn waatren voort.
Doodsche stilte heerscht alomme
In de grauwe, klamme lucht.
Soms verbroken door een windvlaag.
Die door riet en loover zucht.
Door 't geroep eens watervogels,
Op zijn zilvren prooi belust.
Of het wiekgeklep eens eibers,
Weergekeerd van zoeler kust.
Straks komt daar een visscher landen.
Hunkerend naar rijken buit.
Kiest een plekje zich ter woonstee
Aan den lagen oever uit;
Straks, daar snellen, als de meeuwen,
Scherend langs de waterbaan.
Blanke zeilen, rappe kielen
Over '-t zeevlak hupplend aan.
Jagen nacht en doodschheid henen.
Wekken leven, nieuw bestaan:
De Amstel wordt in boei geslagen.
Afgeperkt zijn vrije baan.
Waar ter weerszij blauwe wolkjes
Dartiend kringlen naar omhoog.
Van Eigen Bodem. Uit velerlei pen. IV, 9e druk. C 6