Boekgegevens
Titel: Van eigen bodem
Deel: 4e deeltje
Auteur: Honigh, Cornelis; Vos, G.J.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1895
9e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4713
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205790
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Van eigen bodem
Vorige scan Volgende scanScanned page
78
Aan eene andere zijde spelen knapen met eene geit. Hij nadert
hen, spreekt liun \Tiendelijk toe en streelt een der kleinsten
het gelaat. Plotseling ziet een der oudste knapen hem vorsc'hend
aan. — »Dat is de man, dien onze vaders hebben weggejaagd
uit hun midden!" roept hij uit, en verschrikt, oÏE zij een wolf
hadden gezien, treden allen van hem af en trekken hunne geit
met zich voort.
Het is wederom de tijd, dat men den Vorst een deel der
geschenken brengt, die zijn inkomen uitmaken. Hem wordt een
zware os gebracht, blank van vacht, met blonde horens; schoo-
ner gave ontving hij nooit. Maar nu verneemt hij vanwaar het
schoone dier gekomen is en met koude minachting gelast hij
zijnen slaven: »Brengt dien man zijne gave terug: ik wil geen
deel van het besmette uit de hand eens eerloozen!"
Zoo is de rampzalige onder zijns gelijken als een levend begra-
vene. Geen oog, dat het zijne welwillend toeblikt; geene hand,
die de zijne vriendschappelijk drukt; geen voet, die den zijnen
gezellig begeleidt. Overal afkeer, terugstooting, verachting.
Denken wordt pijnigen: zal hij zijne gedachten uitspreken tegen
zich zei ven, hij, wiens woorden niemand een oor leent?
Hij verstompt de scherpte der doornen zijner kwelling in de
verdooving der dronkenschap, maar na eiken roes wordt hij ver-
achtelijker.
Hij is een spooksel geworden, dat omgaat onder de levenden,
maar voor wien het leven eigenlijk geene plaatse heeft.
En op een dag was hij verdwenen.
Waarheen? Op die vraag werd geen antwoord gevonden. In
den stroom, die de mark begrensde, dreef, door den golfslag
overdekt en voortgespoeld, het lijk. van een zelfmoordenaar.
W. ,1. Hofdijk.
(Ons Voorgeslacht. A. C. Kritseman.