Boekgegevens
Titel: Van eigen bodem
Deel: 4e deeltje
Auteur: Honigh, Cornelis; Vos, G.J.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1895
9e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4713
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205790
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Van eigen bodem
Vorige scan Volgende scanScanned page
liij zwart geblakerd, te midden van eene zee van vuur. De
liaren hingen hem over het gezicht, maar zijne oogen schitterden
en rauw klonk zijne stem van boven: »Gij hebt ze laten ver-
branden. Er is niets meer te redden dan dit kind. Pakt aan en
zorgt er voor, ellendelingen."
ilen zag nu pas, wat hij in de armen torste. Honderd
armen werden uitgestoken om het kind op te vangen. Groote
God, 't was, of men eene bloedschuld zou inlossen, indien
't ongedeerd beneden kwam.
De man met de ruige muts deed verder zwijgend, wat hem
te doen stond. Waarschijnlijk beletten de rook en de liitte hem
het spreken. Toch openbaarde zich in deze uiterste ure al de
teerheid; laat mij mogen zeggen: al de edelmoedigheid van zijn
hart. Geene moeder kon zich dieper neerbuigen om haar kind
zoo mogelijk te behoeden voor de scherpe keien daar beneden.
Zelfs meenden sommigen gezien te hebben, dat hij, alvorens het los
te laten, een kus drukte op het kleine gezichtje van het wicht,
't welk zijn eigendom, zijne erflating aan de wereld, zijn zoen-
offer voor God, zijn alles in de ure des doods was.
De man liet het kind los. 't A^iel. 't Kwam op de uitgestoken
armen terecht. Goddank! Er ging een juichkreet onder de
menigte op. Men bemerkte niet, dat op ditzelfde oogenblik de
tragedie een ander slot kreeg. Onder een donderend gekraak
viel het dak van n". 347 in.
H. De Veer.
{Overtroffen. Amsterdam, G. L. Funke.)
DE TWEE VOGELEN.
Twee Vogeltjes zwieren er rond in het land,
Ikheb en Ochhaddik genoemd bij de lieden:
Ikheb is zoo mak, dat hij eet uit uw hand;
Maar schuw is Ochhaddik en snel in het vlieden.