Boekgegevens
Titel: Van eigen bodem
Deel: 4e deeltje
Auteur: Honigh, Cornelis; Vos, G.J.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1895
9e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4713
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205790
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Van eigen bodem
Vorige scan Volgende scanScanned page
Vertoonde zich aan Juffrouw Spa.
't Was de eerste maal in gansch zijn leven
Dat manlief, zonder dat zij 't wist.
Alleen uithuizig was gebleven;
Wat werd er niet gedacht, gegist!
De korte herfstdag liep ten ende.
Nog, nog geen naricht van den man,
Waarheen men ook de schreden wendde.
Men bleef er steeds onkundig van!
De vrees was nu ten top gestegen.
Daar komt ineens in 't duister licht!
Een vriend vertelt aan Neef en Nicht:
De politie had acht of negen
Van "t zakkenrollersgild gevat;
Ze had de lucht gekregen, dat
Een aantal van die looze dieven
Zich in de hoofdstad had verspreid.
Dat, om elkander te gerieven.
Zich zelf een leuze had bereid.
Om, in het drukkend volksgewoel,
Elkaar te kunnen onderscheiden;
De bende had daarbij het doel.
Om de aandacht van zich af te leiden.
Hetgeen men gaande rooven mocht.
Den makker in den zak te steken.
Die 't spoedig zonder taal of teeken,
In veiligheid te brengen zocht;
De erkenningsleuze was een pet.
Door ieder hunner opgezet:
't Model was vreemd en, voegde hij
Er nog in zijn vertelling bij.
Een hoedenmaker in de stad
Had daar de leevring van gehad;
De politie, die 't had vernomen.
Was door deez' man op 't spoor gekomen.
Thans zag men 't in, de zaak was klaar:
Een misverstand had plaats gevonden.