Boekgegevens
Titel: Van eigen bodem
Deel: 4e deeltje
Auteur: Honigh, Cornelis; Vos, G.J.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1895
9e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4713
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205790
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Van eigen bodem
Vorige scan Volgende scanScanned page
Was 't antwoord, om het hoofd te breken
3Iet zakkenrollers zooals jij,
Dat heeft geen haast, geloof het vrij.
De commissaris heeft deez' dag
En morgen ook de handen vol.
De politie is 't hoofd op hol;
Het komt door al dat dievenslag,
Dat in de hoofdstad is geslopen;
Maar zijn de feesten afgeloopen,
Dan kim jij er genist op aan,
Dan zal het aan 't verhoeren gaan."
»"Wat," schreeuwde Spa, »wat zegt ge daar,
'k Zou zoolang moeten... hoe! is 't ^vaar?
Ik moet Juer blijven?... in dit hok?...
O marteling, o wreed verdriet.'"
Eiep Spa, »'k beroep mij op mijn vrinden." —
ȆAv vrinden worden ook gepakt:
We zullen dat complot wel vinden,
Onze ijver is nog niet verzwakt!"
»Is 't droom of werklijkheid ?" riep Spa,
Xadat men liem verlaten iiad
En hij daar eenzaam nederzat.
»'k 3Ioest daarvoor dan naar Amsterdam!"
Tlians deelde en ouderdom en jeugd
In 't algemeene feestgenencht.
Slechts enk'le menschen deelden 't niet:
't Was Juffrouw Spa, 't was Nicht en Neef.
De onzekerheid, waar Pieter bleef,
Die gisteren hen blij verliet,
Had lien een tal van slepende uren
Ontelbare angsten doen verduren ;
Wel had men ijvei-ig gezocht,
Maar wat of men ook zoeken mocht,
De man was hier noch ginds te vinden.
W^at vrees doorwoelde 't iiart der vrinden.'
't Een sclirikbeeld voor en 't nndre na