Boekgegevens
Titel: Van eigen bodem
Deel: 4e deeltje
Auteur: Honigh, Cornelis; Vos, G.J.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1895
9e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4713
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205790
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Van eigen bodem
Vorige scan Volgende scanScanned page
68
of misschien wel koddebeier ware geworden, want er stak van
beide naturen in hem. Dit liet hij zelfs in zijn tegenwoordigen
vernederden toestand gissen, daar hij het grootst mogelijke aantal
uren ontwoekerde aan de snijtafel, om op het water in het ranke
bootje te dobberen en er menigen visch te verschalken, van de
domme magere blei af tot den sHmmen en vetten paling toe.
Ik herinner mij, hoe wij dikwijls met jaloersche blikken hem
aanstaarden bij de verhalen van de wondervangsten, welke hem
ten deel waren gevallen, terwijl wij halve dagen zaten te hun-
keren naar het nooit te vergeten oogenblik, dat onze dobber
naar den grond zou gaan. Ik geloof, het zij met bescheidenheid
gezegd, dat het onderhoud met ons ook voor hem een groot
genot is geweest. Als liij op zijne tafel gezeten was, ging de
naald wel dubbel zoo gauw door het laken, wanneer wij om
hem heen stonden. Het had dan den schijn, alsof hij zich in
meer dan één opzicht wreekte op de werkelijkheid en zich te
goed deed, niet op hetgeen liij was, maar op hetgeen hij had
kunnen zijn. "Wij hoorden er echter in het geheel niet minder
graag om en bleven altijd het binnenhalen van den fabelachtig
grooten snoek aan een snoer, niet dikker dan een hoofdhaar,
met het luidste gejuich begroeten. »Ja, jongens," zoo Uet hij
zich eens, en dat was zeker wel voor de tiende maal, hooren,
»'t is warempel waar, waar je zoo'n naren grondel vangt, daar
krijg je geen baars of geen snoek; 't is, of die zich te hoog
voelen voor zulk een gezelschap, en ik kan het best begrijpen
ook, dat de stommerds zoo denken; ik zeg altijd maar, dat
er differentie ') van onderscheid moet wezen in stand." Terwijl
hij dit zei, nam hij de blauw lakensche pet met gi-oen leêren
klep, die hij gemakshalve naar achter gedraaid had, van het
hoofd en liet hij even het tiental sluike haren zien, dat er van
het vroeger zoo dichte bosch op den schedel nog maar restte;
tevens werden de beide groote blauwe oogen zeer politiek half
dicht geknepen.
»Maar, Bram, we hebben toch wel eens een baars gevangen
') Bram Geels, die geen Franschman is, gebruikt menig woord te
onpas. Differentie beteekent onderscheid.