Boekgegevens
Titel: Van eigen bodem
Deel: 4e deeltje
Auteur: Honigh, Cornelis; Vos, G.J.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1895
9e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4713
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205790
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Van eigen bodem
Vorige scan Volgende scanScanned page
68
te broeden, terwijl hij met uitgespreide, naar voren gericlite
pooten nederzit. Slechts in de heetste uren van den dag verlaat
hij voor eenigen tijd het nest om voedsel te zoeken, en dit zal
aanleiding gegeven hebben tot de oude fabel, dat de zon de
eieren van den struisvogel uitbroedt, eene fabel, even dwaas
als hetgeen omtrent de onverschilligheid van den struisvogel
voor zijne jongen verteld wordt. Bespeurt hij, al broedende,
van verre een mensch, dan legt hij den koj) op den grond
neder om zich zooveel mogelijk te verborgen. Woi'dt hij met
zijne jongen vervolgd, dan vluchten de laatstcn onder geleide
van het wijfje, terwijl het mannetje, door in kleinei'e kringen
rond te loopen, neder te storten, en voort te gaan, alsof hij
kreupel was, de opmerkzaamheid van den jager tracht af te
leiden van zijne jongen. Do broeitijd duurt ongeveer HS dagen
en van de menigte eieren komen er gewoonlijk slechts lid tot 35
uit, terwijl de overige buiten het nest geworpen worden en
misschien wel tot eerste voedsel der jongen dienen.
Het vleesch der jonge struisvogels is niet onsmakelijk, dat der
oiule is zoo taai als leder en zwart van kleur. Desniettemin
eten de Zuidafrikaansche volken gaarne stuisvogelvleesch en
ook de oude Romeinen schijnen het gelust te hebben. Vooral
de hersenen beschouwden zij als eene groote lekkernij en zij
besteedden groote sommen om er een schotel van te bekomen.
Ook wordt verhaald, dat Heliogabalus ') eens eene pastij van
de tongen van (500 struisvogels liet bakken. Het getal dier vogels
echter, die in den circus ten pleiziere van het volk gedood
werden, gaat alle begrip te boven. Probus liet er op één dag
1000 stuks vermoorden.
Veel hooger dan het vleesch wordt het ei van den struisvogel
geacht. Het is zoo groot als eene kokosnoot, weegt omtrent drie
pond en heeft den inhoud van 24 hoendereieren, doch is niet
zoo smakelijk als de laatsten, hoewel niet minder voedzaam.
Ook de eierschaal heeft eenige waarde. Mot een netwerk van
bamboes omgeven, dient zij tot vaatwerk voor de Peetsjoeanen
') Roineinsch Keizer, 217—222.
2) Homeinsch Keizer, 276—2S2.