Boekgegevens
Titel: Van eigen bodem
Deel: 4e deeltje
Auteur: Honigh, Cornelis; Vos, G.J.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1895
9e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4713
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205790
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Van eigen bodem
Vorige scan Volgende scanScanned page
65
raakten slag den kop te verpletteren, maar ook om uiterst snel
en lang aaneen te kunnen loopen. Zelfs zonder zich te over-
haasten , bedraagt de wijdte zijner schreden 6 voet, doch als de
struisvogel vlucht, worden zijne schreden 8, 10, 12, 14 voet
wijd en in den tijd van eene minuut wordt misschien weinig
minder dan eene Engelsche mijl afgelegd. Zeker is het, dat het
beste Arabische paard niet langen tijd met den struis den wedren
vollioudt. Bij zijne wonderbare snelheid voegt zich nog een oog, zoo
scherp, dat het slechts door het oog des roofvogels geëvenaard
wordt. Het is groot, door een bewegelijk Ooglid en lange oog-
haren beschut en staat, als het oog van den mensch, ver naar
voren. Heft de geweldige vogel den drie voet langen kameelhals
op, dan overziet hij in de woestijnen, waarin hij leeft, eene
ruimte, die ons begrip te boven gaat, maar waarin hem geen
vijand verborgen blijft. Gelijk de hoenders, waaraan hij zekerlijk
verwant is, voedt de struisvogel zich met zaden, graankorrels
en knoppen en spruiten van verschillende planten. Of hij ook
wel niet nu en dan een klein zoogdier of kruipend dier ver-
slindt, is niet zeker, maar wel denkbaar: doch dat hij dikwijls
onverteerbare stoffen inslikt, zooals steenon, zand, stukken erts
enz., is zeker. Deze reeds door de Ouden gemaakte opmerking
wordt door nieuwere waarnemers bevestigd. Een tamme struis-
vogel at een knoop van den rok eens officiers, een andere eene
streng paarlen van den hals van eene dame. Op die gewoonte
van den struiss'ogel was de keus van ue mont ltjc ') gegrond,
die bij zekere langdurige belegering een struisvogel, die een
hoefijzer verslond, tot zijn wapen verkoos, met het devies:
durem sed digerit (het is hard, maar wordt toch verteerd).
Het mannetje heeft meestal van twee tot zes wijfjes, die elk
tusschen 12 en 16 eieren leggen. AUe eieren worden in hetzelfde
nest gelegd, in een kunsteloozen kuil, die in het zand wordt
gescliarreld. Het mannetje en de wij^'es broeden beurtelings; zoodra
er ongeveer een twaalftal eieren gelegd zijn, begint de vogel
') lilaise de Mout I.uc, een Flansch edelman, verdedigde de stad
Siena in Italië langen tijd tegen de troepen van Karei V, maar moest
liaar eindelijk overgeven (l.WS).
Van Eigen Bodem. Uit velerlei pen. IV, Oe druk. C 5