Boekgegevens
Titel: Van eigen bodem
Deel: 4e deeltje
Auteur: Honigh, Cornelis; Vos, G.J.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1895
9e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4713
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205790
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Van eigen bodem
Vorige scan Volgende scanScanned page
G4
En eer men 't doel bereiken kan,
Met zooveel list beschoten.
Valt reeds de valbrug voor 't gespan
En wordt de poort gesloten.
En al de burgers lachen luid
Ue warm bepakte Spanjaards uit.
.Zij kruipen lut hun broeiend bed.
Bepoederd -en bestoven:
Maar 't goede Lochem is gered,
En 't blijft: Oranje boven.
De Spanjaards zoeken weer him nest,
Maar laten 't hooi toch in de vest.
Sinds is het dus reeds jaar en dag
Een recht van oude tijden.
Dat iedre jongen plukken mag.
Wanneer hij hooi ziet rijden.
En gaat een boer het naar den zin.
Dan zegt hij: »Pluk maar op, er schuilt geen Spanjaard in."
Ij. Van dkn Biwek.
{Xeerlaiids BibUotheek. Arnhem, D. A. Thieme.)
DE STRUISVOGEL
Do gi'ootste aller thans levende vogels, de struisvogel, bewoont
de woestijnen van Afrika en Arabië. Hij heeft eene hoogte van
7 of s voet. Zijn gewicht staat in verhouding tot zijne grootte,
want niet zelden is hij van 20 tot 100 pond zwaar. Kop, hals
en pooten zijn naakt; het overige van het lichaam is bij het
mannetje met glimmend zwarte en bij het wijfje met grauwe
vederen bedekt, terwijl de groote slag- en staartpennen bij
beide geslachten wit zijn. De pooten van den struisvogel dienen
hem niet slechts tot zeer geduchte wapenen om den hyena of den
jakhals, die zijne jongen tracht te rooven, met een goed ge-