Boekgegevens
Titel: Van eigen bodem
Deel: 4e deeltje
Auteur: Honigh, Cornelis; Vos, G.J.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1895
9e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4713
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205790
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Van eigen bodem
Vorige scan Volgende scanScanned page
63
De zweep is daar een argument ')
Hij al de jongens onbekend.
Men vindt in 't grijs historieblad
Den oorsprong van dat plukken:
't Is, dat een Spanjaard ook die stad
Behendig in wou rukken;
Licht liad Homerus hem verklaard,
Hoe Troje viel door 't houten paard.
Drie wagens waren volgetast
Met hooi, vervoerd door boeren.
Maar moesten nog een andren last
De stadspoort binnen voeren:
Er lagen, in hun vollen tooi,
Soldaten onder 't frissche hooi.
Zij togen stil en statig voort.
En de eerste valbrug over:
Maar vonden tusschen brug en poort
Een afgerichten roover.
Een knaap, die lust in 't plukken had:
Wellicht dat hij een bok bezat.
Hij greep, zooveel hij grijpen kon,
En bleef maar vlijtig tasten:
Wat schaadt één haring op een ton.
Een vlokje op zulke lasten?
't Verlies valt toch den boer niet zwaar,
Hij heeft het hooi voor "t maaien maar.
Maar hemel! hoe verstijft hem 't bloed!
Daar hoort hij iets rinkinken.
Daar voelt hij een golaarsden voet
En ziet een sabel blinken.
En met den schrik op 't bol gelaat
Roept hij: »Op burgers! op, verraad!"
') Bewijsgrond.