Boekgegevens
Titel: Van eigen bodem
Deel: 4e deeltje
Auteur: Honigh, Cornelis; Vos, G.J.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1895
9e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4713
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205790
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Van eigen bodem
Vorige scan Volgende scanScanned page
62
^^elen den Grenzen in handen en werden terstond aan een molen
opgeknoopt.
Eer de avond daalde, was er geen Spanjaard meer te zien,
en onder het gejuich der burgerij keerden de zegevierende
Watergeuzen in hunne dapper verdedigde stad terug.
»'t Wilhelmuslied rijst van alom,
»'t Ruischt zangerig en blij,
»Op klank van scheepstrompet en trom
»En fluiten en schalmei.
»Het mengt zich onder 't schor geluid
»Van vuurroer en kartouw
»En drukt den dankbren lofzang uit,
»0 Geuzen! van uw trouw" ').
Een ontstertlijken dank is 's lands vrijheid verschuldigd aan
den wakkeren stadstimmerman Roclius Meeuwiszoon.
J. Ter Gouw.
(De Eerste April. Amsterdam, C. L. Brinkman.)
DE HOOIPLUKKERS VAN LOCHEM.
Wie ooit een tocht naar Lochem deed
Om liooi er in te voeren,
Vond daar een kleinen troej) gereed,
Tot spijt van alle boeren;
Die plukt maar lustig vlok bij vlok
Tot wintervoorraad voor den bok.
Dat is een onbetwistbaar recht.
Een recht van vroeger dagen,
En niemand, 't zij dan baas of knecht.
Weerspreekt dat ooit door slagen;
') Mr. M. C. Van IIai.l, met verandering in den laatsten regel van
liet woord Leiden in Geuzen. (Noot van den Sclirijver.)