Boekgegevens
Titel: Van eigen bodem
Deel: 4e deeltje
Auteur: Honigh, Cornelis; Vos, G.J.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1895
9e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4713
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205790
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Van eigen bodem
Vorige scan Volgende scanScanned page
()1
<le booinstamnien en acliter de schanskorven liggen de scherp-
schutters der Geuzen en begi'oeten met een onafgebroken knet-
terend geweervuur de Spaansche kolonne. De voorsten dringen
terug, terwijl de achtersten nog steeds komen opzetten en er
ontstaat eenige verwarring. Inmiddels brengen de -welgemikte
schoten der Geuzen him een gevoelig verlies toe en Bossu
ziet zijne benden reeds half verward in den Nieu-wlandschen
polder terug-ge-worpen.
Maar terwijl dit hier gebeurde, is aan de andere zijde der stad
een detachement Geuzen uitgerukt onder Treslong en Roobol en
trekt langs een omweg naar de Bornisse, om de schepen der
Spanjaarden in brand te steken , waarvan ze straks de vlanunen
zullen zien opgaan. Eerst echter zouden ze nog door een ander
element bestookt worden. Daar verschijnt op den dijk een man
met eene bijl gewapend, en eer nog één Spanjaard zijn musket
op hem richten kan, is hij reeds in de diepte verdwenen. Het is
Rochus Meeuwisz., de wakkere stadstimmerman: hij zwemt naar
de schutsluis en hakt met forsche slagen de zware schutdeuren
open. Daar stroomt de bruisende vloed den polder binnen en den
Spanjaarden op het lijf. Zij vliegen tegen den Nieuwlandschen
dijk op en stormen op de Zuiderpoort aan, in de hoop die te
verrassen of te overrompelen. Jlaar te wel had Lumey zijne
maatregelen genomen. Hier stond liet grof geschut der Geuzen
en zoo geweldig werden de Spanjaarden daarmee begroet, dat
zij hals over hoofd in den verdronken polder werden terugge-
worpen. En nu ziet ook Bossu van verre de vlammen uit zijne
schepen opgaan; zijne soldaten staan tot over het midden in
het water, dat steeds hooger en hooger wast en van den dijk
fluiten nog altijd de kogels der Geuzen. Toen was het: Redde
zich wie kan! Alles snelt in wilde vlucht achterwaarts, woedende
en plassende, zinkende en smorende. Eenigen bereiken nog de
half verbrande schepen; anderen ontkomen op Nieuw-Beierland
maar honderden bij honderden zijn verdronken of gestikt in de
moerassen. ') Twee Spaansche ofhciei-en en zestien soldaten
') Het juiste getal der gesneuvelde Spanjaarden is niet Ijekend.
(Noot van den Sdirijver.)