Boekgegevens
Titel: Van eigen bodem
Deel: 4e deeltje
Auteur: Honigh, Cornelis; Vos, G.J.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1895
9e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4713
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205790
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Van eigen bodem
Vorige scan Volgende scanScanned page
00
der schepen hangen, of drijft van de eene plaats naar de
andere.
Waar de plant zich eenmaal genesteld heeft, vult zij 't water
veelal zoo volkomen, dat er voor de schepen ten laatste aan
geen doorkomen te denken valt.
Dat is dus een vreemde gast, die van de hem verleende
gastvrijheid wel een beetje misbruik maakt.
H. Witte.
('/ Groote iu 't kh'ine. Utrecht, Gebr. Van der Post. 1873.)
ROCHUS M EE WISZ.
Het was Zaterdag vóór Paschen (5 April), toen Bossu met
de Spaansche vendels en eenige gewapende landzaten, tezamen
12- ii 1500 man, kwam opdagen, om den Priel te hernemen.
Hij was in 25 vaartuigen over Zwartewaal en Heenvliet in de
Hornisse gekomen, had daar de schepen achtergelaten en was
rechtuit op den Briel aangerukt ')• Gri'of geschut had hij niet
bij zich, omdat hij vóór alles spoed had gemaakt en van die
verachte Geuzen geen ernstigen tegenstand vreesde. Trotsch
wapperen de roode Bourgondische kruisen en dreunt het krijgs-
geschrei der Spanjolen onder het voortrukken door den Xieuw-
landschen polder.
^laar eensklaps worden de voorste gelederen tot staan gebmcht;
de omgehakte boomgaarden versperren hun den weg. En tusschen
't Verhaal vau Don Bernaidin de Mendoce aangaande dien baljuw
van Vlaardingen, die telkens over en weer vliegt, van Bossu naai- de
Geuzen en van de Geuzen weer naar Bossu, en door zijn goeden raad,
dien Bossu met blind vertrouwen opvolgt, de Spanjaards van den wal
in de sloot helpt, — dunkt ons een weinig te onwaarscliijnlijk om er
geloof aan te hechten. Toch kan 't wel een grond van waarheid heb-
ben. Mogelijk heeft deze baljuw eerst aan Bossu eenige inlichtingen
gegeven nopens den weg, dien hij te volgen had, om zijne troepen
naar den Briel te voeren, terwijl hij vervolgens Lumey onderrichtt<^
van de ligplaats der Spaansche schepen , en hem den laad gaf, die in
brand te steken. (Noot van den Schrijvei.)