Boekgegevens
Titel: Van eigen bodem
Deel: 4e deeltje
Auteur: Honigh, Cornelis; Vos, G.J.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1895
9e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4713
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205790
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Van eigen bodem
Vorige scan Volgende scanScanned page
5G
»Ik ben met mijn rijtuigje van het Huis Sterkevuist overge-
komen," hernam de gast. »Ik had iets in liet dorp te doen en
heb aan het logement laten uitspannen."
»Een ander maal hoop ik, dat gij gebruik zult willen maken
van mijne stallen," zei Janssen. — »Kom toch en overtuig u
eventjes, dat ze de eer waardig zijn!"
»Vraag excuus!" zei tot mijne verlichting de baron: »ik
twijfel er volstrekt niet aan! Een ander maal, heel gaarne. Ik
heb heden morgen nog zóóveel te doen!"
»Xu dan, in alle geval een glaasje Madera!"
»3Iet genoegen!"
Janssen schonk de glazen met eene van vreugde bevende
hand in. De baron nam het zijne op, na eene groote, grove
hand, met vier of vijf breede ringen versierd, uit een lialf
vuilen, geel glacé handschoen getrokken te hebben. en meer ge-
raas met de slurpende lippen makende, dan men wel van iemand
van zijne opvoeding verwacht zou hebben, ledigde hij het glaasje
met ééne teug en zette het voorzichtig op het blaadje neder.
»Heerlijke wijn!" zei hij, weder met de lippen smakkende.
»Heerlijk!"
Deze ronilborstige loftuiging verrukte Janssen. Hij boog diep.
»"Wat zal het mijne vrouw en dochter toch spijten," zuchtte liij
weder, »dat zij zoo ongelukkig zijn!"
»UE. is al te goed!" liernam de baron. Ik beloof u spoedig
weder te komen en ik durf me vleien, dat, als ik eenmaal met
de dames kennis gemaakt heb, het haar niet berouwen zal,
als ik me weder aanmeld!"
»Hi! hi! hi!" lachte Janssen, zich in de handen wrijvende
bij deze, naar het mij voorkwam, eenigszins onbescheiden aar-
digheid. »Hi! hi! hi! Het zal haar altijd zeer aangenaam zijn,
zonder twijfel!"
»Is er inmiddels niets, dat ik voor u doen kan?" vroeg de
baron opstaande.
»Dank je, dank je!" zei Janssen vriendelijk. »Ik ben al hier
in de buurt zoo tamelijk te huis. Ik houd me echter gerecom-
mandeerd."
»Of voor Mijnheer?" vroeg de baron, zich tot mij wendende.