Boekgegevens
Titel: Van eigen bodem
Deel: 4e deeltje
Auteur: Honigh, Cornelis; Vos, G.J.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1895
9e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4713
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205790
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Van eigen bodem
Vorige scan Volgende scanScanned page
54
hebt gij Mijnheer gelaten? Breng hem maar dadelijk naar bin-
nen, hoor je! Dadelijk!" en terwijl de knecht oogenblikkelijk
verdween om aan zijne bevelen te voldoen, vloog Janssen met
gejaagde blikken en onrustige gebaren in de kamer rond; liij
stopte eene breikous, die zijne vrouw op de tafel had laten
liggen, in den rokzak; hij merp een receptenboek, dat ernaast
lag, onder de sofa; liij schoof een grooten leuningstoel vlug bij
de tafel, streek met de vingers doorliet haar, trok zijne boordjes
eventjes voor den spiegel terecht, en ^^■ierp zich toon, met een
Almanach de Gotha '), — dien bijbel der diplomaten — dien
hij liaastig van een boekenplankje afgenomen liad, in eene
zeer gemaakt■ gemakkelijke houding achterover op zqn stoel,
steeds met de meest gejaagde en, naar het mij toescheen, zelfs
angstige blikken naar de deur ziende.
»Wat te doen?" had ik wel tien keer gevraagd, zondei'
een antwoord te verkrijgen; nu echter wees mij Janssen het
kaartje, hetwelk hij nog in de hand hield en waarop ik de
woorden las:
liAUON VAN BE STKUKEVUIST.
terwdjl hij mij toefluisterde: »een eerst bezoek — komt juist uit
Parijs terug! Nog niet hier geweest! Pst! Daar is hij!"
De deur werd door den knecht wijd opengeworpen en een
lang, mager mensch, van middelbaren leeftijd, overdreven vol-,
gens de laatste Fransche mode gekleed, met een paar reusachtige
zwarte knevels en tot mijne verwondering met eene groote ju-
weelen doekspeld op zijne zwart satijnen das vastgehecht en
bonte knoopjes in zijn overhemd, trad met eene diepe buiging
binnen. Hij keek ons een oogenblikje vragend aan en trad daarna
op Janssen toe met de woorden: »Ik heb de eer met Mijnlieer
van den Pauwenburg te spreken?"
Janssen kreeg eene kleur tot achter de ooren. Hij was dus
erkend, openlijk, in tegenwoordigheid van een derde, door een
') Een jaarboek, dat opgaven bevat aangaande de vorstelijke stam-
huizen, de regeenng der verschillenile staten, enz.