Boekgegevens
Titel: Van eigen bodem
Deel: 4e deeltje
Auteur: Honigh, Cornelis; Vos, G.J.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1895
9e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4713
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205790
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Van eigen bodem
Vorige scan Volgende scanScanned page
53
wanneer zal ik die wederzien! — Ik zeg, dat liet wild overvloedig
is en niet in overvloed, omdat ik niet weet, wie liet schieten
zal, Avant als ik met Janssen op de jacht moest gaan, zou ik
liever als haas of patrijs hem een paar maal in den loop A'an
den dag ontmoeten, dan den geheelen dag naast den loop van
zijn geladen geweer Avandelen.
Zeer curieus was ook het gezicht eener model-boerderij, door
mijn vriend opgericht ten gerieve zijner dochter, die van iets
van dien aard van Prinses Marianne op het Loo gehoord heb-
bende, haar »Pa" (in Amsterdam heette hij »vader") geene rust
liet, eer hij haar met de boerderij en alles, wat erbij behoort,
tevredenstelde.
»'t Is eene dure liefhebberij," zei Janssen: »maar buiten moeten
de dames toch iets hebben, en daar de Freules van den Baron
van de Sterkeviiist ieder een rijpaard hebben, moet ik wel iets
voor mijn dochtertje doen!"
Na alles afgezien en afgewandeld te hebben, stelde Janssen
voor, dat wij in een open koepeltje op eene hoogte in den
tuin een glaasje Madera zouden drinken. Ik had mij warm ge-
loopen en stond erop, dat wij zulks in liiiis zouden doen,
vooral daar ik .lanssen nog over eenige zaken spreken moest,
welke zijn compagnon me opgedragen had hem mede te deelen.
Wij gingen dus naar binnen; ik haalde mijne papieren te
voorschijn, en zoodra wij aan de ronde tafel zaten bij het raam,
en ik een beetje uitgeblazen had — want ik was doodaf —
verdiepten wij ons in onze beurszaken; want wij wilden ze
gaarne afgedaan hebben, eer de dames naar huis terugkeerden.
Nu was het, dat ik mijn vriend Aveder herkende; met hart en
ziel Avijdde hij zich aan zijne geldelijke belangen toe en met
eene helderheid en eene vlugheid, die Avezenlijk verbazend Avaren,
Avas hij juist bezig de kansen eener ingewikkelde speculatie te
Avikken en te Avegen, toen de knecht in de kamer trad met een
\dsitekaartje in de hand, IietAvelk hij aan Janssen overhandigde
met de Avoorden:
»Als je blieft. Meneer, daar is een meneer met dit kaartje,
die vraagt, of Meneer een oogenblikje —"
»Mijn hemel!" riep Janssen, van tafel opspringende, »Avaar