Boekgegevens
Titel: Van eigen bodem
Deel: 4e deeltje
Auteur: Honigh, Cornelis; Vos, G.J.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1895
9e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4713
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205790
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Van eigen bodem
Vorige scan Volgende scanScanned page
50
Nu zult ge misschien vragen: »Waarom zet dat roet zich oj)
de pit af?" Luister eens; eene vlam van eene kaars komt u
voor plat te zijn als een mes, niet waar? Ja, maar zoo is zij
toch niet van gedaante: zij is rond, of liever zij gelijkt op eene
lange peer, die met den steel naar boven staat. Ook ziet gij dui-
delijk, dat de vlam van eene kaars uit drie deelen bestaat: de
roodachtige top, het witte heldere gedeelte en het blauwachtige
binnenste. Nu is die vlam niet overal even heet, dat scheelt
veel; zij is het heetst aan de j5unt, minder heet waar zij het
lichtst is, en nog veel minder heet middenin, dat is rondom
de pit, waar zij blauw schijnt. Het is binnen in de vlam, om
zoo te zeggen, vrij koud, zóó zelfs dat de katoenen pit daar
niet eens volkomen kan verbranden en tot asch overgaan. Die
betrekkelijk koude pit nu ondergaat in de vlam juist hetzelfde
als uw glaasje van straks, dat be^valmd is geworden: ook do
pit wordt met walm, met roet Ijedekt, dat roetlaagje wordt hoe
■ langer hoe dikker en zoo krijgt de i)it een bloemkoolvormigen knop.
Begrijp mij nu goed: omdat het betrekkelijk koud is binnen
in de vlam, kan de pit niet volkomen verbranden. Meer naar
buiten, naar den omtrek van de vlam is het veel warmer dan
van binnen, en even buiten de vlam is het nog veel lieeter:
buiten de vlam zou de pit wel verbranden tot asch, en zou
er zich geen i'oet op kunnen plaatsen. Hadden wij dus maar een
middel om de pit buiten de vlam te krijgen, dan waren wij
klaar. Nu, dat middel heeft de menschelijke schranderheid ge-
vonden : gij ziet dat aan onze stearinekaarsen. Dat eene stearine-
kaars niet gesnoten behoeft te worden, weet ge wel, maai- het
middel daartoe is dit: het uiteinde van de pit van de stearine-
kaars wordt buiten de vlam gebraciit; let er maar eens op: do
pit van eene stearinekaars, die brandt, is altijd omgebogen of
omgekruld, zoodat haar luteiiule buiten de vlam komt Daar
verbrandt de pit volkomen tot asch, en in het koudste, blauwe
gedeelte van de vlam bevindt zich geen verkoold katoen, waar-
op het roet zich kan afzetten, want zoodra er een eindje pit
verkoold is, gaat het buiten de vlam , waar het verbrandt.
Hebt gij misscliien gedacht, dat de pit van oene bougie toe-
vallig zoo omkrulde? Gij l^egrijpt dan mi reeds, dat zulks in