Boekgegevens
Titel: Van eigen bodem
Deel: 4e deeltje
Auteur: Honigh, Cornelis; Vos, G.J.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1895
9e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4713
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205790
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Van eigen bodem
Vorige scan Volgende scanScanned page
49
doend middel om licht te hebben: men had een kandelaar noodig
om haar erop te plaatsen; als zij eenigen tijd gebrand had.
werd zij natuurlijk korter en moest ilan op eene zoogenoemde
opschuif gezet worden en eindelijk, als zij bijna geheel opgebrand
was, en in de pijp, dat is in de pijp van de opschuif, begon
te branden, moest men haar op een j)rofijtertje plaatsen. Daarbij
behoorde <lan nog een domper on\ de vlam uit te dooven, als
men naar bed ging en eindelijk een snuiterbakje met een snui-
ter. Een snuiter vooral, want als de kaars eenige minuten gebrand
liad, moest zij gesnoten worden. Waarom moest dat gebeuren?
Omdat er een kop op de pit kwam. Over dien kop op de pit
A\ensch ik een oogenblikje met u te praten.
't Zou mij volstrekt niet verwonderen, als een van mijne jonge
lezers nu zei: »Wat kan mij zoo'n kop op de pit van eene vet-
kaars schelen; wij branden toch geene kaarsen meer, gas, zie je,
of eene moderateurlamj), of petroleum, of stearinekaarsen." .Tuist,
stearinekaarsen, ook wel bougies genoemd, bij voorbeeld op de
lilakertjes van de pianino, als uwe zuster 's avonds muziek
maakt. .Maar zeg eens, waarom behoeft die stearinekaars niet ge-
snoten te worden evenals eene vetkaars; waarom komt er geen kop
op de pit van eene bougie, evengoed als op de pit van eene
vetkaars? Aha, dat weet ge niet. Nu, ik zal het u zeggen,
maar dan moet gij mij toestaan, dat ik u eerst zeg, waarom de
pit van eene vetkaars wel een kop krijgt, als zij eenigen tijd
gebrand heeft.
De vlam van eene kaars geeft een zwarten walm of rook;
gij ziet dat zoo niet, maar gij kunt er u gemakkelijk van over-
tuigen . dat het zoo is, door even een stukje glas boven de vlam
te houde:i: het wordt terstond zwart en dat zwart is niets dan
eene soort van roet, koolstof, die door het verbranden uit het vet
en de pit ontwikkeld wordt. Zooals het op uw glaasje gegaan
is, gaat het ook op de pit, die in de vlam is; het roet, do
koolstof zet zich af op de pit en vormt er een bloemkool- of
paddestoelvormigen knop op; de knop verhindert de volledige
verbranding, de vlam wordt rooder, kleiner, en de kaars moet
noodzakelijk gesnoten, dat is, de kop van de pit weggenomen
woi'den.
Van Eifjen Bodem. Uit velerlei pen. IV, 9e drnk. C 4