Boekgegevens
Titel: Van eigen bodem
Deel: 4e deeltje
Auteur: Honigh, Cornelis; Vos, G.J.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1895
9e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4713
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205790
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Van eigen bodem
Vorige scan Volgende scanScanned page
EEN ONGELUKKIGE OUDEJAARSAVOND VOOR N». 347.
N». 347 stond in eene achterbuurt van Amsterdam, 't Had
vroeger voor fabriek of weeshuis gediend, 't Was gaandeweg
eene ark geworden, waarin alle menschelijke dieren des velds,
die tevreden moesten zijn met een dak tegen den regen en vier
muren tegen den wind, eene toevluclit konden vinden, zoolang
zij hunne kamerhutir betaalden. Was het geld op, dan werden
zij op gezag van den steeds onzichtbaren eigenaar, zonder vorm
van proces, op straat gezet, en namen andere even schamel
gekleede bewoners de open ruimte in. Er waren altijd kreupele
latafels of stoelen zonder zitting, die werden in- en uitgedragen.
Soms bleven de meubels ook wel achter als vergoeding voor de
achterstallige week.
Den 31«" December van het jaar 1800 en zooveel onzer chris-
telijke tijdrekening merkten eenige jongelieden uit de buurt tegen
11'/2 (les avonds eene zware kolom rook op, die uit n®. 347
omhoogsteeg. Bedoelde jongelieden meenden het oudejaarsfeest
met geweervuur en voetzoekers te vieren. Om niet te laat te
komen, waren zij al vroeg naar buiten geslopen. Zij maakten
aanstonds alarm, toen zij den brand bemerkten. Een kwartier
later stond de straat vol nieuwsgierigen en kwamen twee brand-
spuiten tegelijk opzetten, 't "Waren die van sectie 6 en 7. Doch
spuit n®. G reed al dadelijk de slang van spuit n®. 7 kapot,
ten einde de premie te verdienen. De bemanning van laatstge-
noemde spuit nam daaruit aanleiding om in de naastbijgelegen
kroeg wat moed te verzamelen en daarna do collega's van spuit
6 op het lijf te vallen, zoodat de politie weldra de handen vol
had met de blusschers, en het brandende perceel de dupe werd.
N®. 347 behoefde slechts aan zich zelf overgelaten te worden
om den vum-god rijke voldoening te schenken. 347 was oud
en vermolmd. De balken en bintón waren onder het vereenigde