Boekgegevens
Titel: Van eigen bodem
Deel: 4e deeltje
Auteur: Honigh, Cornelis; Vos, G.J.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1895
9e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4713
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205790
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Van eigen bodem
Vorige scan Volgende scanScanned page
37
eene koninklijke weelde voor zoo'n diertje: alleen in zulk een
overvloed! Hij schijnt zicli dan ook recht behaaglijk te gevoelen en
al 't genot van den toestand in te zien. Ziet, hoe hij het kopje
nu eens opsteekt en dan weer rechts en links buigt; begeerig
rondkijkt met de schitterende oogjes; hier eene bes afpikt, maai-
in zijne brooddronkenheid wegwerpt; ginds trekt aan eene an-
dere, halfrijpe, die nog vrij stevig vastzit aan haar steeltje,
zoodat de gansche tak mee in beweging komt, en de kleine
snoeper schrikt van het geritsel, dat liij zelf veroorzaakt! Maar
nu lieeft hij er eene gevonden, die hem buitengewoon aanstaat,
en pikt haar open met zijn aan de punt gebogen bekje en nuttigt
haar in eene zege\'ierende, bijna overmoedige houding.
Niet lang echter blijft hij alleen. Daar komen een paar mee-
zen aangevlogen en nog eene mees en nog eene. Het is dan ook
de tijd van 't jaar, wanneei' zij overal beginnen rond te zwer-
ven. Zij hebben pas liaar nieuwe kleed aan, na de ruiing, en
behoeven zicli dus niet te schamen om in optima forma ') voor-
gesteld te worden. Hier is mijnheer de koolmees met zijn zwart
kopje, zijne witte wangen, zijne gele borst, en eene breede
zwarte streep, als eene lange das daarover heen. Zijn wijfje is
juist gekleed als hij, alleen de borststreep is wat smaller. Ginds
wipt een pimpelmeesje, met zijne zachte, blauwe en blauwach-
tige tinten. Die kleintjes daar houd ik voor »zwarte" meezen,
ofschoon zij in kleur niet heel veel van de koolmeezen verscliil-
len. Ook zij teren doorgaans op krachtiger voedsel dan bessen:
zij zijn zeer goede vrienden van de tuinlui, en helpen hen in
dit seizoen de boomen zuiver houden van insekteneieren, zij
zijn daarmee den ganschen dag druk bezig en het is slechts
bij wijze van dessert, dat zij zich zulk een zoetigheidje laten
welgevallen. Ditmaal schijnen allen er zoo over te denken,
't Is, alsof de vogels in de buurt bemerken, dat hier iets bij-
zonders gaande is en uit nieuwsgierigheid eens komen kijken,
of de vondst liun aanstaat. De musschen althans komen er
rond voor uit, dat zij veel van vruchten houden en evenzoo
') In den besten vorm; — naar den eisch.