Boekgegevens
Titel: Van eigen bodem
Deel: 4e deeltje
Auteur: Honigh, Cornelis; Vos, G.J.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1895
9e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4713
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205790
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Van eigen bodem
Vorige scan Volgende scanScanned page
36
»0. ja, Hij is me een vriend, een vader,
Hij voedt me en kleedt me en mint mij teer.
En is 't de ■\vil niet van dien Vader,
Dan valt geen musclije op aarde neer."
J. J. A. Goeverneur.
EEN VOGELFESTIJN.
Reeds is het weder herfst geworden. De jagers zijn van ochtend
al \Toeg uitgetrokken, omdat de oostenwind een mooien dag
voorspelde, en ook wij wiUen, zooals zij, uitgaan en naar »wild"
zoeken, niet echter om te dooden of om te verminken, maaralleen
om te zien, te luisteren, misschien nieuwe kennissen te maken.
Gaat mede naar de duinen. Wijkt een weinig van den grooten
weg af en slaat een pad in, langs die kleine boschjes van ber-
ken, lijsterbessen, hagedoorns, die aan de binnenzij der duinen
zulke schilderachtige partijtjes vormen. Zet u daar met mij neder
in do lekkere herfstzon, die juist nog hoog genoeg staat om ons
over gindsche hooge boomen heen te kunnen bereiken. Hoe heerlijk
rustig is het hier. Slechts in de verte, van de naaste boerderij af,
hoort gij van tijd tot tijd stemmen, en dicht bij ons verraadt zich
nu en dan een zangvogeltje door zijn vriendelijk gesjilp. En indien
gij stil zijt, zal het ook niet lang duren, eer gij er een te zien krijgt.
Kijk, daar nadert in het kreupelhout een roodborstje. Het maakt
zachte, genoeglijke geluiden, springt van takje op takje, nu eens
op den grond en dan weder wat hooger en ontdekt weldra, dat de
doornstruik, waarop hij zich bevindt, ook beziën voortbrengt. Of-
schoon geen bijzondere vriend van fruit — voor eene slak of een
wui-mpje laat hij graag eene bezie liggen — zoo wil hij nu toch wel
eens even van de nieuwe vrucht proeven, snoept, onderzoekt en
komt tot liet besluit, dat de grootste helft al goed rijp is. Welk