Boekgegevens
Titel: Van eigen bodem
Deel: 4e deeltje
Auteur: Honigh, Cornelis; Vos, G.J.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1895
9e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4713
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205790
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Van eigen bodem
Vorige scan Volgende scanScanned page
Mets heets, maar wat verkwikt en voedt.
Smaakt ze — en bekomt ze ook zeker goed.
Maar kijk, ze liebben rust noch duur.
En allerminst bij "t heete vuur.
Nu, goede reis! daar staat uw sleê:
Vermaakt u en verwarmt je ermeê!
Dat arme volk! maar zijn ook zij
Uit ander leem gekneed dan wij?
Of hebben zij ook ander bloed?
"VVant wat ons deert, dat doet hun goed.
Zij — werken warm zich, is 't ook guur.
En ons — maakt koud het heete viuir.
Dat zal het zijn — dat is 't voorwaar.
Want stoof u en verbroei u maar,
Wees voor de kou bevreesd en schuw,
Te nader komt en kwelt zij u;
Maar span u in en vat haar aan, —
Zij deert u niet en laat n gaan.
Bied kloek en machtig haar den kop.
Zij ziet met eerbied tot u op,
Maar zoo ge laf zijt en vervaard.
En scliuilt in 't hoekje van den haard.
Ze vecht het liefst met wie haar vreest,
En kwelt heur bangsten vijand 't meest.
Ware ik nog jong, wat ik dan deê?
Ik ging een eindje met die twee.
De jeugd... maar kijk mijn knaapjes hier:
Zij branden zich de broeken schier.
Met schaatsen, jongens, naar de baan.
Komt, waagt een kouden neus eraan!
.1. Brester Az.
{Verspreide en nagelaten gedichten. Deventer, A. ter Gunne.)