Boekgegevens
Titel: Van eigen bodem
Deel: 4e deeltje
Auteur: Honigh, Cornelis; Vos, G.J.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1895
9e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4713
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205790
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Van eigen bodem
Vorige scan Volgende scanScanned page
20
voor zich uit de stniiken in rent. De overzijde van het enge
dal schijnt hem nog veiliger schuilplaats toe. Het tuimelt naar
beneden, schiet over den kalen bodem, struikelt, om .... nooit
weer op te staan!
De honden zien him slachtoffer liggen, vliegen erheen, om
de scherpe Kaken in het vleesch te slaan en____stikken!
Groote roofvogels drijven, hoog in de lucht, op hunne uitge-
spreide vleugels en ontwaren met hunne scherpe zintuigen het
rottend aas. Pijlsnel schieten zij omlaag, slaan neb en klau-
wen in den walgelijken buit en .... blijven er ontzield op liggen!
Een behaagziek rijstd^ifje springt vroolijk en dartel van tak
op tali', tot aan den benedenrand der stikvallei; het vermaakt
liaar, zich steeds door haar makker te zien volgen. Zie, nu
laat zij hem zeer dichtbij komen, maar 't is om onverwachts
des te verder weg te vligen; want met eene snelle wending
zweeft zij tjilpend dicht langs den bodem naar de overzijde.
Halfweg gekomen, fladdert zij niet meer, maar ligt, evenals haar
makker, levenloos op den grond!
Al wat in de vallei komt, de woudkoning zoo goed als het
nietigst insect, komt erin om, zonder genade. Want uit den
bodem stijgt eene stiklucht op tot eene hoogte van twee tot vier
voet, waarin geen schepsel kan leven; het koolzuurgas, daar
ontwikkeld, blijft boven den bodem hangen, omdat het zwaardei'
is dan dampkringslucht en door geen wind beroerd wordt.
Gij gelooft het niet?
Volg met uwe oogen den inlander, die daar vóór u de helling
afgaat, tot eenige schreden van den bodem. Hij heeft een paar
kippen in de hand en een hond aan een touw. Daar slingert
hij een vogel in de lucht, kakelend en half zwevend komt deze
op den grond terecht, zich oprichten, maar strekt de pooten
uit en sterft. Met den tweeden gaat het evenzoo. De hond
wordt losgelaten om de kippen te apporteeren; hij wil gehoor-
zamen, en boet het met zijn leven.
W. A. Van Eees.
(Herinnerintjen uit de loopbaan van een Indisch officier. 's-Gravenhage
en Leiden. M. J. Visser, Van den Heuvel & Van Santen^