Boekgegevens
Titel: Van eigen bodem
Deel: 4e deeltje
Auteur: Honigh, Cornelis; Vos, G.J.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1895
9e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4713
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205790
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Van eigen bodem
Vorige scan Volgende scanScanned page
1!)
Daar stonden op eene rij eenige bamboe-huisjes en eenige schrale
perzikboomen, maar eene eigenlijke dessa ') zag men niet. Voor
de -woningen stonden de inboorlingen — in den regel zit
de inlander neergehurkt — met eenige kleur op de bruine
wangen, in wollen dekens gehiüd; de paarden waren met lang
wnterhaar, de honden, van een eigenaardig ras, de Javaansche
St. Bernards, met eene dikke vacht bedekt. Patrijzen vlogen
voor hunne voeten op, en wie lust had Voor het opgaan der
zon zich naar het gindsche meer te begeven, zou somtijds een
vUesje ijs op de watervlakte kunnen waarnemen!
Men bezocht de Kawa Dringo, eene heete modderbron, waar-
uit het zwarte slijk hoog opsprong. Men kwam aan een drie-
honderd voet diepen trechter van gi-ooten omvang, rondom met
hout bewassen. Die sombere plaats, de Pekaraman der inlan-
ders, was de beruchte stikvallei. Haar bodem, waarop geen
gi-ashalmpje groeide, had het aanzien van eene dorre zandwoestijn ,
van een stuk grond, waarop de vloek gevallen was, van een
verlaten slagveld, zooals men in den droom ziet, van een
monsterknekelhuis.
Vluchtte een hert voor den reuk van een hongerigen tijger
en joeg het in blinde vaart door het hout naar beneden, —
slechts twee sprongen over den bodem der vallei, en het stortte
voorover, hief nog eenmaal zijn breedgetakten kop op en____stierf.
De tijger, die zijne prooi schuifelend nasluipt, springt erop
met een vervaarlijk gebrul; maar in stede van zich met bloed
te verzadigen, verheft hij zich op de achterpooten, slaat met
de voorklauwen een onzichtbaren vijand van zich af en.... valt
dood neder!
Door de versche glagak') op de helling des trechters gelokt,
gaat de rhinoceros met loggen tred over den bodem naar de
andere zijde. Geraamten zinken vertrapt ineen, beenderen en
knoken kraken; doch drie, vier schreden verder slaat hij loeiend
neer, doet door zijn val den grond daveren en.... sterft!
Eenige dessahonden jagen achter een wild zwijn, dat recht
') Dorp.
^ Hoog rietgras.