Boekgegevens
Titel: Van eigen bodem
Deel: 4e deeltje
Auteur: Honigh, Cornelis; Vos, G.J.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1895
9e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4713
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205790
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Van eigen bodem
Vorige scan Volgende scanScanned page
17
D(> kameel kan gedurende dertig jaren als lastdier gebruikt
worden, en de Arabier, hoe hoog hij overigens het dier vereert.
denkt er niet aan, liem, als hij ouder wordt, het leven gemak-
kelijker te maken. »Hoe ouder de kameel, des te beter gewend
aan den last," is een oosterscli spreekwoord.
Een gunstiger lot is liet deel van den rij- of loopkanieel, den
dromedaris. De dromedaris is geene andere soort dan de
gewone kameel, zooals velen meenen, het is een ras tot rijden
geschikt en afgericht. De dromedaris staat tot den lastkameel,
gelijk liet rijpaard staat tot bet karrepaard. De rijkameel is over
het algemeen slanker en lichter van bouw; zijn glimmend,
meestal geelachtig haar bewijst de oppassing, die lüj geniet. Een
klein oor is het teeken van edele afkomst. Het is een treffend
gezicht, het reusachtige dier met den neus dicht aan den grond
daarheen te zien ijlen, op zijn i'ug den zwaar gewapenden,
getulbanden ruiter. Yoorbeeldeloos volhardend, legt hij weken
aaneen dagelijks een weg van 30 tot 3ö uren gaans af. En
daarbij is zijn tred zoo zacht, dat, naar Arabische spreekwijze,
de ruiter rustig als op een kussen een kop koffie kan drinken.
Er zijn vele rassen van kameelen, doch de tweebultige
kameel, camelus hadrianus ^ is ongetwijfeld van eene bijzondere
soort. De eenbultige wordt gevonden van de monden van den
Nijl tot op het Abyssinische lioogland, van de gebergten van
Marokko tot in Arabië. De tweebultige leeft inTatarije, ïhibet,
China, enz. Een dicht, wollig haar beschut den tweebultigen
kameel voor het ruwe klimaat zijner woonplaats. Ook hij draagt
zware histen en loopt met vasten tred langs steenachtige wegen
op de gebergten. Wat hem, behalve zijne twee bulten, van den
eenbiiltigen kameel het meest onderscheidt, is zijne maag, die
niet uit vier, zooals bij den laatste, maar uit drie afdeelingen
bestaat.
Bij al zijne deugden is het karakter van den kameel toch
geenszins beminnelijk. Hij is ten hoogste jaloersch en uiterst
wraakznclitig. De Arabieren vertelden aan Pollen het volgende:
»Zeker kameeldrijver had zijn dier zwaar beleedigd, dat is, op
de eene of andere wijze ruw behandeld. De kameel deed geene
poging om zich te wreken, maar de drijver, die aan de uit-
Van Eigen Bodem. Uit velerlei pen. lY, 9e druk. C '2