Boekgegevens
Titel: Van eigen bodem
Deel: 4e deeltje
Auteur: Honigh, Cornelis; Vos, G.J.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1895
9e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4713
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205790
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Van eigen bodem
Vorige scan Volgende scanScanned page
14
De muziek in de tent van 't peerden spul is er niks bij. Rieke-
lijk') negen uur begon 't. 't Was veur een olden dokter, zeiden
ze, die had nou krek vieftig jaar prakkezeerd. Toen de muziek
met de luchten veur 't huus van d' olden man komen was, toen
trokken ze daar de gerdienen hoog in de lucht, en toen kon je
maar zoo door de glazen in de kamer zien, en alles obstervieren,
wat ze daar deden.... miserabel onvrij was dat toch! De lampe
stond midden op tafel, en ik kon zoo maar zien, hoe die heeren
daar een glas van de tafel namen en uutdronken.
En dan dat blazen en toeten, dat ze daar bij die muziek
deden, kiek, je zullen er versteld van staan! Wat heb ik vaak
bij mij zeiven gezegd: »Dat mosten ons jongens eens zien en
heuren!" Ze hadden er bij de muziek ook een grooten koperen
trompetter, dien ze zoo al hen ende weer schoven, en daar
kwam 'n geluud luit, net als een roerdomp in den polder.
Nu hoop ik maar, als dat je mien schrift lezen kunt, anders
mot je er maar even met naar dildte Koops-Evert gaan, die zal
er wel uut wies kunnen worden. Je moesten veural de groetnis
hebben van Lummegien. 'k Leuf niet, dat ze liier aarden kan,
en ze zee dan ook al, dat ze braaf wensch had naar der volk
Ik heb nog al zorge veur ons olde bles, die wol ja, dou 'k an
de raize gong, niet goed aan 't voer. Wat motten de peerden
veur de postn-agens vreeslik lieden! Stomme beesten, ik had er
met te doen! Dat most maar dadeüjk in draf. En 't was een
zware wagen, met al die kisten bovenop: dat zeg ik je. Nou,
ik kom bij welwezen Donderdag weer in huus. God zegen je
op aUe wegen!
Uw geliefde man
Geert Jopmans.
E. Koopma^'s vajf Boekere:»-.
{Schoenen op keur. Arnhem, D. A. Thieme).
') Ruim.
2) 'k Geloof niet, dat ze hier gewennen kan, en ze zei ook reeds,
dat ze erg verlangde naar hare familie.