Boekgegevens
Titel: Van eigen bodem
Deel: 4e deeltje
Auteur: Honigh, Cornelis; Vos, G.J.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1895
9e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4713
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205790
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Van eigen bodem
Vorige scan Volgende scanScanned page
I»'
128
voet verder. Om de waarheid te zeggen, doet het hem toch goed
die dankbare woorden te hooren, die hij »al lang weet." 't Is,
of er iets warms in zijne keel is. S. Gorter.
{Een jaar levens voor de dagbladpers. Amsterdam, g. L. Fnnke.)
DE DUIF.
Zoodra h^r slag geopend wordt
Des ochtends, vliegt de duif,
Met wijdgestrekte vleugelen
En opgerichte kuif,
In voUe vlucht naar 't hooge dak
En fluks, de breede vlerk
In weelde klappend, stijgt zij op
Naar 't zacht verschuivend zwerk.
Dan zweeft zij op haar blanke schacht
Zoo zwierig heen en weer.
Een witte vlok van schuim gelijk
Op 't diepe, blauwe meer.
Daar baadt zij in de morgenzon
Haar pluimen, vol van glans,
Door warme zonneverf gekleurd
Als 't wolkjen aan den trans.
Dan eindelijk neemt zij, zwervensmoê,
Naar 't kleine hok haar keer
En strijkt, in telkens nauwer kring
Op 't houten huisje neer.
Hier trippelt zij zoo dapper rond
En kort uit alle macht,
Alsof zij uit dat hoog gewest
Een blijde boodschap bracht!
I
G. Waalitek.
{Poëzie. Haarlem, W. C. de Graa/f.)