Boekgegevens
Titel: Van eigen bodem
Deel: 4e deeltje
Auteur: Honigh, Cornelis; Vos, G.J.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1895
9e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4713
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205790
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Van eigen bodem
Vorige scan Volgende scanScanned page
125
het vleesch met sabels aan stukken en legde het in de ketels;
vele mannen kwamen toegeloopen met kooien van alle kleuren,
met selderij, met ajuin, met salade: al wat maar groen en
eetbaar was, merp men boven de zwemmende bonken vleesch.
De vuren kraakten, de aangehitste vlammen kronkelden rondom
de ketels, en al de mannen der compagnie stonden met begee-
rigen bük en vochtigen mond de veelbelovende bobbels na te
zien, die in menigte iiit den grond van het ziedende water
opklommen.
Men zou meenen, dewijl wij brood in overvloed hadden, dat
de honger ons nu niet aandreef. Inderdaad, zoo was het; doch
het raadselwoord van ons innig verlangen naar de vleeschsoep
ligt in warm eten. Het was nu reeds eenige dagen geleden, dat
wij niets anders dan koud eten genuttigd hadden, en dan nog
in ontoereikende hoeveelheid. Nu gingen wij warme soep en
warm vleesch eten! In onze meening, — in de meening onzer
verhongerde magen, — was niets zoo lekker en zoo onbegrij-
pelijk versterkend als warm eten.
Reeds toen het water slechts eenigen tijd gezoden had, waren
er mannen, die met de punt hunner bajonet, zooals zij op het
geweer stak, een koolblad of een struik selderij poogden op te
■visschen. De anderen stelden zich tegen deze rooverij, men stiet
elkander weg, er werd gevochten en geworsteld tot zooverre,
dat de oversten zich verplicht zagen bij eiken ketel twee schild-
wachten te zetten.
Eindelijk, toen de soep eenigen tijd gezoden had en de oogen
vet zich boven het water begonnen te vertoonen, riep men
algemeenlijk, dat het vleesch genoeg gekookt had. Waarschijnlijk
zou het nog niet half gaar zijn; maar van den nood werd eene
deugd gemaakt: indien het slechts van de warmte was door-
drongen, zou het wel goed smaken.
De oversten toonden zich bereid om den algemeenen wensch
te voldoen; nog eenige minuten, en het regiment zou eten.
Wie eene gameUe ') had, hield ze in de hand gereed, iedereen
had zijn knipmes geopend; de lippen verroerden met die eigen-
') Houten nap om uit te eten.