Boekgegevens
Titel: Van eigen bodem
Deel: 4e deeltje
Auteur: Honigh, Cornelis; Vos, G.J.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1895
9e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4713
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205790
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Van eigen bodem
Vorige scan Volgende scanScanned page
121
Stuurman denkt: »Morgen in 't Vaderland.
Dan dient vandaag nog de rommel aan kant,
Alles geschrobd en geboend vóór den nacht;
'k Ben toch benieuwd, of mijn Klaartje me al wacht."
Zoo denkt de stuurman en neuriet een lied. —
Ziet ge die wolken daar ginds in 't verschiet?
Janmaat denkt: »Morgen in 't Vaderland.
Geld in den buidel en Grootje uit den brand;
't Oudje leed zeker wel honger en kou.
Maar 't is voorbij, want we zijn er nu gauw;
Grootje, ge krijgt 'reis een ^tevigen duit." —
Hoort ge den wind? Hoe hij giert, hoe hij fluit!
't Maatje denkt: »Morgen in 't Vaderland."
Ziet Moeders huisje reeds vóór zich aan 't strand.
Waar ze hem wacht met een lach en een traan:
Vrienden en kennissen houden hem aan;
Hij wil naar Moeder, hij brengt haar wat mee —
Was dat de bliksem, die neerschoot in zee?
Noodweer op zee! en de woedende orkaan
Rafelde 't^zeildoek, brak streng en bezaan.
Maakte d' ontredderden koopvaarder prijs.
Monsterde 't volk voor een andere reis —
Eindlijk was 't morgen; de schoener gestrand;
Janmaat in 't vreemde, 't omnevelde land!
F. L. Hemkes.
(XL Ge({ichten. Leiden, E. J. Brill.)
WAT EEN SOLDAAT AL MOET DOORSTAAN.
De Hollandsche kurassiers hadden de baan naar Antwerpen
afgesneden: de Belgen waren langs alle zijden omsingeld!
Hoezeer de vrijwilligers huilden van woede en zich de vuisten