Boekgegevens
Titel: Van eigen bodem
Deel: 4e deeltje
Auteur: Honigh, Cornelis; Vos, G.J.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1895
9e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4713
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205790
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Van eigen bodem
Vorige scan Volgende scanScanned page
118
branden, om de sprinkhanen ^daarvan af te houden. Ik kan
evenwel niet gelooven, dat dit helpen zal, daar zij vleugels be-
zitten en met gemak over het vuur heen kunnen vliegen."
»Het vTiur," antwoo'rdde de man, »wordt aangestoken om den
jongen sprinkhanen te beletten op het bebouwde veld te kruipen.
Deze hebben namelijk geene vleugels, maar slechts pooten. Zij
zijn de zoogenaamde loopers en zijn niet ongelijk aan kleine
zwarte kikvorschen. Eerst later komen de vleugels te voorschijn
en alsdan gaat hunne zwarte kleur in een lichtbruin over. In
dezen vorm is het insect soms nog schadelijker dan wanneer het
zijn volkomen wasdom bereikt heeft. Zij bewegen zich in eene
en dezelfde richting voort. Wanneer zij over breede, snelstroo-
mende rivieren wiUen trekken, komen zij bij millioenen om het
leven en drijven naar zee. Zij laten zich evenmin door vuur
als door water in hun tocht stuiten. Millioenen mogen verbran-
den, docli eindelijk wordt het vuur door hunne lichamen uitge-
doofd. De voorste gelederen van den zwerm offeren zich in dier
voege op en maken zoodoende eene brug, waarover de volgende
hun weg veilig voortzetten. In die streken van Afrika, waar de
inboorlingen zich met den landbouw bezighouden, jaagt hunne
nadering iedereen schrik aan; doch daar, waar men zich alleen
met de jacht en de veeteelt onledig houdt, worden zij met ge-
juich begroet. Men begeeft zich dan met zakken en soms met
pakossen op weg om sprinkhanen te zoeken en naar de dorpen
te brengen, waar men ze bij honderdduizenden droogt en even-
als het graan zoldert."
»De vliegende sprinkhanen," merkte de heer Marcus aan,
»schijnen minder eene bepaalde richting te volgen dan hunne
jongen. Wellicht dat de eersten van den wind afhangen. Het
gebeurt niet zelden, dat zij door dezen in zee gedreven worden,
waar zij dan in groote menigte omkomen. Men heeft hen aan de
kust soms bij honderdduizenden aan het strand zien spoelen."
»Hottentot niet bang voor sprinkhaan," zeide de oude slavin.
»Hottentot heeft geen maïs, geen boekweit — niets, niets wat
sprinkhaan eten kan. Hottentot eet zelf sprinkhaan — word vet
daarvan. AUes eet sprinkhaan — alles wordt vet in den sprink-
hanentijd. Hoezee, de sprinkhaan!"